Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter eere van den grooten schepper des heelals. aan allen, die dezen zullen zien of hooren lezen, heil! zegen! voorspoed!

Op heden den vierentwintigsten van Bloeimaand van het jaar 1869, in het gebouw staande te 's-Gravenhage, in de Nobelstraat N°. 11;

op grootmoedige wijze geschonken aan het Nederlandsch Groot-Oosten door Zijne Koninklijke Hoogheid den Heere Prins Frederik der Nederlanden, Grootmeester-Nationaal der Orde van Vrijmetselaren in het Koninkrijk der Nederlanden, Onderhoorige Landen en Koloniën;

bestemd tot vestiging van een Opvoedingsgesticht van nagelaten kinderen van minvermogende Nederlandsche Broederen, overeenkomstig de besluiten genomen op de Algemeene Vergadering van 1868 en de bepalingen in de Statuten vastgelegd, onder beding dat die Instelling aldaar zal verblijven, zoolang het overtuigend blijkt, dat zij aan het doel der oprichting en den geest der Orde beantwoordt;

verbouwd met bijvoeging van nieuwe lokalen ter voorziening in de behoeften der volgende tijden, zijnde de kosten bestreden uit het deel van het legaat van wijlen den Heer Gosselin, bij uiterste wilsbeschikking daartoe aangewezen;

ingericht tot huishouding en voorzien van het benoodigd huisraad en meubilair, alsmede van de uitrusting der eerst opgenomen zeven pleegkinderen wier namen in de stamboeken zijn opgeteekend; — uit de door de Werkplaatsen, Kapittels, Meesterafdeelingen, Maconnieke Sociëteiten en Leden op hulpvaardige wijze bijgedragen;

gesteld onder het hooge Beschermschap van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Frederik voornoemd, en Hoogstdezelfs Gemalin, Beschermvrouw, naar wier naam de Instelling mag worden geheeten:

LoUISA-Sr

FICHTING

heeft plaats gehad de plechtige inwijding dezer weldadigheids-inrichting in tegenwoordigheid van den Koninklijke Beschermheer, de Lands-, Gewestelijke en Gemeentelijke Overheden, de Leden van de Opperbesturen der Orde, de Vertegenwoordigers van Buitenlandsche Groot-Oostens en Afgevaardigden der bovengenoemde Maconnieke Lichamen en verdere Genoodigden.

En is bij die gelegenheid deze Stichting, genaamd Louisa-Stichting, opgedragen aan de hoede der Openbare Machten van het Rijk, het Gewest en de

Sluiten