Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namen van Prins Frederik en Zijne Doorluchtige Gemalin H. K. H. Prinses Louisa in de Louisa-Stichting met dankbare herinnering worden genoemd.

In 1883 werden door de Gemeente 's-Gravenhage onderhandelingen aangeknoopt met het Bestuur der Stichting over den verkoop van een groot gedeelte van den tuin, dat de gemeente behoefde tot het doortrekken van de tegenwoordige Prinsestraat. Het College nam geen genoegen met het bod door de gemeente gedaan, en besloot na ingewonnen advies een rechterlijke uitspraak af te wachten.

Tijdens deze onderhandelingen stelde de Loge «La Vertu» te Leiden aan het Hoofdbestuur voor: «een nauwkeurig onderzoek in te stellen naar de wenschelijkheid van het verplaatsen der Stichting naar een andere stad, met het verzoek hierover rapport uit te brengen op het a. s. Groot-Oosten.

Het Hoofdbestuur stelde dit verzoek in handen van het College van Regenten, en verwees later in zijn antwoord naar eene circulaire van het College. Hierin werd in de eerste plaats gewezen op de acte van schenking van het gebouw van Prins Frederik, die verklaarde de schenking te doen, ten einde het vaste goed hetwelk daarvan het onderwerp uitmaakt, te doen dienen tot blijvende vestiging van het opvoedingsgesticht voor nagelaten kinderen van minvermogende Vrijmetselaren, zoolang het aan het Groot-Oosten overtuigend blijkt, dat deze Stichting aan het doel der Oprichting en den geest der Orde beantwoordt.

Nog leest men daar: «En verklaarden de beide comparanten, de Heeren Van Westpalm van Hoorn van Burgh en Noordziek, de voornoemde schenking te aanvaarden, overtuigd, dat het Groot-Oosten zich ten plicht zal stellen de bestemming door Z. K. H. aan het vaste goed gegeven, zoolang dit mogelijk blijkt te zijn, te handhaven en die dus niet dan in de uiterste noodzakelijkheid te laten varen en het geschonken gebouw tot een ander einde te bezigen.

Hieruit blijkt dus, naar de meening van Begenten ten duidelijkste, dat het de bedoeling en de wil van den Edelen Schenker is geweest, de Louisa-Stichting in deze plaats en in dit gebouw te vestigen en gevestigd te houden.

Ook in de beginselen, vastgesteld op het Groot-Oosten van 7 Juni 1868 wordt onder sub III gezegd: Van de Regenten moeten drie te 's-Gravenhage wonen. Nog kwam hierbij, dat Regenten het voorstel zeer voorbarig noemden, daar de onderhandelingen met de gemeente nog hangende waren, en dus plannen van verhuizing van invloed zouden kunnen zijn op den prijs.

«La Vertu» had ook gewezen op den minderen prijs van sommige levens-

Sluiten