Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe Statuten; en het College van Regenten was het daarmede zoozeer eens, dat het in zijne ontwerp-statuten die bepaling overnam zonder eenige opmerking. Ook het Hoofdbestuur vond dit maximum het juiste, blijkens zijn voorstel aan het Groot-Oosten om dit vast te stellen, en niemand heeft daartegen ook maar eenig bezwaar gemaakt, maar één woord gezegd. (Bulletin 1886, bladz. 334.)

Dat niettemin de wensch om de Stichting zoo mogelijk aan meer kinderen ten goede te doen komen bij allen levendig was, blijkt uit het voorstel der Commissie, zoowel door Begenten als door het Hoofdbestuur overgenomen, om wanneer de finantiën het toelaten of bijzondere omstandigheden het wenschèlijk doen zijn, pleegkinderen boven het getal 30 tijdelijk aan de huiselijke opvoeding van Vrijmetselaren toe te vertrouwen.

Anderen hadden bezwaar tegen de geraamde kosten, die naar hunne meening te hoog waren. Het College, overtuigd dat die bezwaren kwamen van deskundigen, verzocht deze hunne teekeningen in te zenden, die dan zeker in ernstige overweging zouden worden genomen. Regenten zouden zich verheugen, wanneer uit de in te zenden plannen bleek, dat een werkelijk goed gesticht, voldoende aan de gestelde eischen, voor aanmerkelijk minderen prijs kon worden verkregen.

Honderd en een en veertig plannen kwamen in, zoodat het niet gemakkelijk was hieruit eene keuze te doen. De jury van beoordeeling had eene moeilijke taak De eerste prijs werd verworven door de Heeren J. Stok & Zoon te Rotterdam, de tweede door den Heer M. A. de Zwart te Voorburg. (Bulletin

1887, bladz. 67). : v'-V\

Na veel overleg met de Jury en na rijp beraad kwamen Begenten tot het besluit het eerst bekroonde ontwerp te kiezen.

Bij eene publieke aanbesteding bleek, dat ook de laagste inschrijver bleet boven de begrooting, wat Begenten aanleiding gaf den bouw bij onderhandsche aanbesteding op te dragen aan de Heeren Muller en Droogleever Fortuun te Botterdam. Deze vatten den bouw krachtig aan, zoodat m het najaar de eerste steen kon worden gelegd.

Begenten meenden, dat dit met eenige plechtigheid behoorde te geschieden en noodigden den Grootmeester uit deze taak op zich te willen nemen. Wegens afwezigheid van den Grootmeester nam de Heer Mr. A. M. Maas Geesteranus, Gedeputeerd Grootmeester en Begent der Stichting, die taak welwillend op zich. In tegenwoordigheid van vele genoodigden werd bijgaande oorkonde ingemetseld onder passende toespraken en het gezang der kinderen.

Inmiddels was het gebouw in de Nobelstraat ontruimd, en was de Stichting verhuisd naar het Bezuidenhout 14. Vóór nog deze verhuizing plaats had, nam de Heer Hempenius ontslag als directeur der Stichting, wegens eene

Sluiten