Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te stellen. De aanleiding tot dit verzoek was, dat er wel eens op aandrang van aanbevelende Loges, die dringende noodzakelijkheid aanvoerden, pleegkinderen zijn opgenomen, van wie later bleek, dat zij, volle weezen zijnde, zelf, of de nog levende moeder middelen genoeg bezaten om in hunne opvoeding te voorzien.

Het getuigde voorzeker van een groot vertrouwen in de Stichting en hare Directie, dat men zelfs voor kinderen, die niet tot de minvermogenden behoören, de opvoeding aldaar verkiest boven die in eigen huis of in eenige particuliere inrichting, doch men vergete niet, dat de Stichting is bestemd voor kinderen, in welker opvoeding niet door eigen middelen kan worden voorzien. De plaatsing van een pleegkind, dat niet minvermogend is, is een onrecht — om niet te zeggen een diefstal — gepleegd jegens de velen, voor wie plaatsing wordt gevraagd en voor wie de Stichting uitdrukkelijk is opgericht.

Plaatsing te moeten weigeren aan kinderen, die behoefte hebben aan steun, is voor Regenten steeds in hooge mate onaangenaam, wat vooral bleek in 1890, toen opname gevraagd werd voor de kinderen van een vroegeren Regent, die steeds met kracht ijverde voor den bloei der Stichting. Er waren toen dertig kinderen opgenomen, zoodat de Statuten meerdere opname verhinderden. Men nam het Regenten toen kwalijk niet van de Statuten te willen afwijken, zoodat de plaatsing niet meer werd verlangd toen eenigen tijd later, door vertrek van eenige pupillen, opname mogelijk was.

Het bestuur der Stichting, door ervaring overtuigd van de behoefte van een maconnieke opvoeding voor kinderen van niet-minvermogende Vrijmetselaren, raadde de Loges aan de handen ineen te slaan tot stichting van een speciaal maconniek opvoedingsgesticht, waarin de kinderen van macons en niet-leden der Orde op gelijken voet tegen betaling opgenomen zouden kunnen worden. Deze inrichting zou zich bij welslagen, waaraan haast niet viel te twijfelen, zelve kunnen bedruipen.

De Loge «De Drie Kolommen» trachtte te komen tot eene vereeniging tot opvoeding van kinderen, die ten doel zou hebben, een tehuis te verschaffen aan kinderen van 6—18 jaar, van welke gezindheid dan ook, maar bij voorkeur van Vrijmetselaren. Vele Vrijmetselaren, die naar Indië vertrekken of daar verblijf houden, klagen, dat zij geene gelegenheid kunnen vinden, waar zij met vertrouwen, zonder vrees voor de toekomst, hunne kinderen kunnen achterlaten of heenzenden.

En deze kinderen en bemiddelde weezen zouden dus van de nieuwe inrichting kunnen profiteeren. Bereids had men de nieuwe Stichting al St. JansStichting gedoopt.

Deze Loge had evenwel weinig succes, waardoor de Heeren Th. J. Koëntz en J. Maurer zich niet lieten afschrikken. Door hünne bemoeiingen werd in

Sluiten