Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men moge den arbeid een plaag noemen, Voor de opvoeding is hij een heerlijke zegen; alles wat groot en goed is, de geheele beschaving der menschheid is zijne schoone vrucht. (Smiles).

De huiselijke leiding is, zooals reeds eerder werd opgemerkt, aan Directeur en Directrice alleen opgedragen, waaruit volgt, dat vaak op de kinderen vertrouwd moet worden, en dat zij eene groote mate van persoonlijke vrijheid genieten. Twee menschen kunnen niet steeds aanwezig zijn in zes of meer vertrekken. Steeds blijkt weer, dat eene opvoeding, die berust op geschonken vertrouwen, goede resultaten kan afwerpen en de praktijk heeft geleerd, dat deze wijze van opvoeden de voorkeur verdient boven onafgebroken toezicht. Slapen onder controle, eten onder controle, leeren onder eontrole, uitrusten of zich ontspannen onder controle heeft tengevolge, dat het kind nooit de weelde leert kennen van alleen zijn, van zich zelf te wezen.

Wanneer een jongen of meisje eens naar boven gaat, naar de muziekkamer, om daar een uurtje op de piano te fantaseeren, of een der jongëns op zijn eentje in de werkzaal aan het knutselen is, dan hebben ze volkomen gelegenheid zich zelf te zijn en zullen ze niet den dwang gevoelen van eene strenge discipline.

Dr. J. H. Gunning schreef, dat oefenen in gehoorzaamheid alleen dan helpt, wanneer men het kind in de gelegenheid stelt ongehoorzaam te zijn.

Ieder gevoelt, dat er geen sprake is van gehoorzaamheid, noch oefening daarin, wanneer men een kind verbiedt uit te gaan, maar het terzelfder tijd opsluit. Gaarne zeggen wij het dezen bekwamen paedagoog na; waar geen kwade kans is, is ook geen oefening in zedelijke kracht, en — wie niet durft wagen, kan geen goed opvoeder zijn.

Schijnbaar zijn de beide elementen gehoorzaamheid en vrijheid onvereenigbaar, doch waar beide als twee onafwijsbare eischen aan de opvoeding moeten worden gesteld, dient men om te zien naar een band, die deze twee kan verbinden.

Naar onze meening kan deze band geen andere zijn dan die liefde, die uitstraalt van den opvoeder op het kind, maar ook weer moet keeren van het kind op den verzorger, en wanneer we dan denken aan de bekende stelling: «wie liefde geeft, zal liefde ontvangen», komen we er als vanzelf toe om te zeggen: «wie vertrouwen schenkt, zal kunnen vertrouwen». Geschonken vertrouwen niet willen beschamen en gehoorzaamheid als een vanzelfheid te beschouwen, is voor jonge menschen van zoo groot belang, niet alleen omdat het «jong gewend, oud gekend» zoo geheel waar is, en ook niet alleen omdat men «jonge rijzen slechts kan buigen», maar meer nog, omdat de pupillen, ouder geworden, gemakkelijker zullen gehoorzamen aan de stem van hun

Sluiten