Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In ieder gezin leggen vader en moeder op het huiselijk leven den stempel van hunne levensopvattingen, van hunne persoonlijkheid; in eene inrichting waar men het huiselijk leven zooveel mogelijk nabij wil komen, zal men niet anders kunnen doen. Dwingt men het hoofd van eene inrichting het huiselijk leven zelfs in détails zóó in te richten, als hem gezegd wordt in gegeven voorschriften, dan zal het intieme leven den stempel dragen van den dwang, die den Directeur door anderen werd opgelegd.

Het zoo noodige respect zou daardoor ernstig worden bedreigd. In de Louisa-Stichting zijn vaste wetten en bepalingen, maar géén er van is zóó, dat eenige dwang uitgeoefend wordt op het huiselijk leven.

Wanneer er bijzondere omstandigheden zijn, die eene afwijking van den dagelijkschen gang van zaken wenschelijk maken, dan bestaat daarvoor volkomen vrijheid, van een monotoon geregeld leven is dan ook geen sprake.

Wanneer b.v. op een mooien zomernamiddag allen druk bezig geweest waren en de lust opkwam om eene wandeling te maken, dan is het vaak gebeurd, dat alle boeken en spelen op zij werden gezet en het geheele gezin een poosje later op weg was naar de duinen.

Zoolang de wandeling gaat langs de straten in de stad, gaat alles even rustig, maar pas komt het gezelschap op den Waaldorpschen weg, of alles juicht en springt in 't rond.

Op de toppen der duinen genieten allen van de frissche zeelucht en door vroolijke gesprekken en aardige opmerkingen heerscht er steeds een ongedwongen vreugd. Een lust is het dan, de zoo vaak en terecht beklaagde weeskinderen aan te zien en op te merken hoe moeder natuur naast elke wonde de pleister legt en het kind door opgeruimdheid en vroolijkheid doet vergeten wat het mist.

Door de bovenbedoelde vrijheid van handelen krijgt het leven in de Stichting iets opgewekts en kunnen Directeur en Directrice alles doen aanpassen aan de omstandigheden. Wij constateeren dan ook met groote vreugde, dat deze beginselen hun goeden invloed in de Stichting doen gevoelen men ziet nooit aan de pupillen, dat ze leven in eene inrichting; in hun optreden zijn ze vrij en openhartig.

Bij hun vertrek uit de Stichting moeten de kinderen het leven zooveel mogelijk kennen; afsluiting van de buitenwereld is dus zeker niet aan te bevelen. Vrees daarvoor is een der voornaamste redenen, dat er geen uniform, noch het een of ander onderscheidingsteeken wordt gedragen.

Op de scholen zijn ze dus niet te onderscheiden van andere kinderen, ze gevoelen zich daardoor even vrij en ontloopen meteen de opmerkingen van het publiek, dat nu eenmaal van kinderen van eene inrichting meer eischt, dan van kinderen, die zoo gelukkig zijn hunne ouders nog te hebben.

" 0N3

10

Sluiten