Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Bij het verzoekschrift om vergunning tot verkoop van alcoholhoudende dranken door eene vereeniging worden overgelegd een afschrift of afdruk van de statuten, van liet huishoudelijk reglement en van de ordonnantie of het besluit, waarbij zij als rechtspersoon is erkend.

Het Hoofd van het gewest, of de Voorzitter van den gewestelijken Baad of van den Gemeenteraad kan opgave vorderen van de namen en voornamen der leden.

4. Geen wijziging, behoudens, dat voor „gemeenteraad" ware te lezen „plaatselijke raad".

j). Bij Jt*t verzoekschrift om vergunning tot verkoop van alcoholhoudende dranken door een naamlooze vennootschap worden ovcrgclgd een afschrift van de acte van oprichting en yan het besluit van de daarop verleende bewilliging.

5. Geen wijziging.

6. Van een aan het Hoofd van het gewest of aan den Voorzitter van den gewesteKjken Raad of van den Gemeenteraad gericht verzoek om vergunning wordt door of vanwege het gewestelijk Hoofd of den Voorzitter aan den verzoeker op aanvrage een bewijs van ontvangst uitgereikt, vermeldende den dag waarop het verzoek is ingekomen.

6. de woorden „Gemeenteraad" en „het gewestelijk hoofd of den voorzitter" onderscheidenlijk te vervangen door „plaatselijke raad" en „deze gezaghebbenden".

7. Het verzoek om yergnnning wordt binnen een week, nadat het is binnengekomen dopr het betrokken Hoofd van plaatselijk Bestuur dat het request in ontvangst heeft genomen op de in zijne afdeel ing gebruikelijke wijze of door de# Voorzitter van den Gemeenteraad op de in zijne gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.

7. Het verzoekschrift om vergunning wordt, binnen een week nadat het is ontvangen, door de voor die ontvangst in lid 2 en 3 van dit artikel aangewezen gezaghebbenden op de plaatselijk gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.

8. Binnen vier weken nadat de bekendmaking is geschied, kan ieder tegen het verleenen der vergunningen schriftelijk bezwaren bij het Hoofd van het gewest, den Voorzitter van den gewestelijken Raad of van den Gemeenteraad inbrengen; in het eerste en tweede geval uitsluitend door tusschenkomst van het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur.

8. Binnen vier weken nadat de bekendmaking is geschied, kan ieder tegen het verleenen van de vergunningen schriftelijk bezwaren bij het hoofd van het gewest, den voorzitter van den gewestelijken of van den plaatselijken raad inbrengen. Indien de plaatselijke raad is een gemeenteraad worden de bezwaren rechtstreeks ingediend bij den voorzitter ervan; in de andere in dit andere in dit lid bedoelde gevallen geschiedt de indiening door tusschenkomst van het hoofd van plaatselijk bestuur.

9. Binnen vier weken na afloop van den termijn, verleent het Hoofd van het gewest of de Voorzitter de gevraagde vergunning schriftelijk, indien na ingewonnen advies bij den betrokken afdeelingschef of — in gemeenten met een gemeenteraad — bij de hoogste plaatselijke politie-autoriteit, het verleenen der vergunning niet in strijd wordt geacht met de openbare orde of het algemeen belang. Is zulks naar de meening van het Hoofd van het gewest wel het geval, dan wordt de vergunning met vermelding van de redenen niet verleend. In gewesten waar een gewestelijke Raad is ingesteld of in gemeenten met een gemeenteraad, brengt de voorzitter, indien hij van meening is, dat het verleenen der vergunning in strijd wordt geacht met de openbare orde of het algemeen belang, het verzoek binnen vier weken na afloop van den in alinea 8 van dit artikel genoemden termijn, vergezeld van een gemotiveerd schriftelijk advies ter kennis van den gewestelijken Raad of van den gemeenteraad; die op het verzoek zoo spoedig mogelijk beslist.

9. Na verstrijking van het in het vorig lid bedoelde tijdvak, verleenen de in lid 2 en 3 van dit artikel genoemde gezaghebbenden de gevraagde vergunning schriftelijk, tenzij het verleenen van de vergunning in strijd zou zijn met de bepalingen dezer ordonnantie dan wel, na ingewonnen advies van het kt lid 2 bedoeld hoofd van plaatselijk bestuur, op grond van bepaalde feiten en omstandigheden zou zijn gebleken, dat de vergunning schadelijk- zou zijn voor de openbare orde of het algemeen belang. In de gebiedsdeelen waarvoor een locale raad is ingesteld brengt de voorzitter daarvan, indien hij van oordeel is, dat het verleenen van de vergunning in strijd is met deze ordonnantie, de openbare orde of het algemeen belang, het verzoek binnen vier weken na verstrijking van het in lid 8 van dit artikel bedoelde tijdvak vergezeld van een schriftelijk, advies ter kennis van den raad, welke gehouden is in zijn eerstvolgende vergadering het verzoek te behandelen en in hoogste instantie beslist.

Sluiten