Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. voor een lokaliteit, die voor den openbaren dienst wordt gebruikt of die met zoodanige lokaliteit binnen 'sliuis gemeenschap heeft;

4. voor een lokaliteit, die dienen moet als wachtkamer voor het met een openbaar middel van vervoer reizend publiek;

5. voor f-en openbaar middel van vervoer;

6. aan een verzoeker, die tot het plegen van ontucht gelegenheid biedt of ook in ander opzicht van bekend slecht levensgedrag is; de vergunning wordt eveneens niet verleend wanneer de verzoeker lid is van een gezin, waarvan het hoofd in zijn woning gelegenheid biedt tot het plegen van ontucht of ook in ander opzicht van bekend slecht levensgedrag is.

6. Wanneer de verzoeker van een of meer rechten, vermeld in artikel 35 van het wetboek van strafrecht bij rechterlijke uitspraak is ontzet, zoolang het gemis van dat recht ten gevolge van die ontzetting duurt.

7. Wanneer de verzoeker binnen de laatste vijf jaren tweemaal onherroepelijk veroordeeld is wegens een der feiten bedoeld in de artikelen 2, lid 1, 11 lid 2, 13, 16 en 25.

Met onherroepelijke veroordeeling wordt gelijkgesteld de betaling van de opgelegde geldboete.

TOELICHTING VAN DE AFWIJKING.

Opvolging van het in lid 5 van het ontwerp neergelegd voorschrift hetwelk ertoe zou leiden, dat de verkoop van alcoholhoudende dranken aan (boord van schepen verboden zou zijn, komt der Commissie niet gewenscht voor. Primo ziet zij daarvoor geen voldoende reden en secundo wordt daarmede niet veel bereikt, daar het verbod niet meer van toepassing is zoodra de schepen zich buiten de territoriale wateren bevinden. Het verbieden van den verkoop vanalcoholhoudende dranken in spoortreinen — zulks komt de Commissie gewenscht voor — kan door administratieve voorschriften afdoende worden bereikt.

Lid 6 acht de Commissie niet juist. Waar artikel 296 van het wetboek van strafrecht het bevorderen van ontucht door anderen als beroep of gewoonte strafbaar stelt, kan n. h. v. in de wet moeilijk worden aangenomen, dat er verzoekers zijn die in hun inrichting gelegenheden tot het plegen van ontucht bieden.

De door de Commissie in de nieuwe leden 5 t/m 7 ontworpen bepalingen hebben de strekking personen, welke om maatschappelijke redenen daarvoor niet in aanmerking komen of zich bij herhaling aan overtreding van deze ordonnantie hebben schuldig gemaakt, het verkrijgen van een vergunning onmogelijk te maken.

Artikel 5.

Zooals voorgesteld door de heeren Van Walsem en Bervoets.

De in artikel 2 bedoelde vergunningen zijn persoonlijk en niet voor overdracht vatbaar, terwijl zij alleen betrekking hebben op de lokaliteit of lokaliteiten, met de aanhoorigheden, waarvoor zij verleend zijn.

Zooals voorgesteld door de Commissie.

1. De vergunning geldt uitsluitend voor de in de vergunningsakte vermelde localiteit of localiteiten alsmede voor de open aanhoorigheden daarvan. Zij is behouden» de uitzonderingen, in het tweede en derde lid van dit artikel genoemd, persoonlijk en niet voor overdracht vatbaar.

2. Bij overlijden van den vergunninghouder kan het bedrijf zonder nadere vergunning worden voortgezet door zijn weduwe, of, bij ontstentenis van deze, of indien deze van haar bevoegdheid niet binnen twee weken gebruik maakt, door de rechtverkrijgenden. Bij tijdelijke onbevoegdheid of verhindering van den vergunninghouder kan het bedrijf gedurende het loopende vergunningsjaar zonder nadere vergunning worden voortgezet door zijn inwonende echtgenoote of door hen, die, krachten» opdracht van den gerechtigde bevoegd zijn.

Sluiten