Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omstandigheden voordoen tengevolge waarvan het voortzetten der vergunning in strijd is met de openbare orde, het algemeen belang of met het bepaalde in artikel 4, sub 1, 2, 3, 4, 5 en 6.

2. De vergunninghouder wordt in de gelegenheid gesteld tenminste vier dagen voor de vergadering van den gewestelijken Raad of van den Gemeenteraad, waarin het voorstel tot intrekking zijner vergunning wordt behandeld, inzage van het advies te nemen.

plaats niet gelegen binnen het ressort van een loealen raad, en door den voorzitter van een gewestelijken, dan wel van een plaatselijken raad indien de vergunning binnen het gebied van zulk een raad wordt uitgeoefend, in de volgende gevallen:

o. wanneer zich omstandigheden voordoen op grond waarvan, waren ze op het tijdstip dat de vergunning gevraagd werd aanwezig of bekend geweest, deze krachtens de bepalingen van artikel 4 zou zijn geweigerd;

b. wanneer zich bepaalde feiten en omstandigheden voordoen waaruit blijkt, dat voortduring der vergunning gevaar zou opleveren voor de goede orde of in strijd zou zijn met het algemeen belang.

2. Tegen de intrekking der vergunning kan de belanghebbende, op een nader bij besluit te bepalen wijze in hooger beroep komen:

a. bij den Gouverneur-Generaal indien de vergunning op voet van het bepaalde in lid 1 is ingetrokken door het Hoofd van gewestelijk bestuur;

b. bij den gewestelijken dan wel plaatselijken raad indien de vergunning is ingetrokken door den Voorzitter van dien raad.

3. In spoedeischende gevallen is de Vooritter van den gewestelijken Raad en die van den Gemeenteraad bevoegd in afwachting van bovenbedoeld raadsbesluit den verkoop van alcoholhoudende dranken onmiddellijk te doen staken.

3. Het besluit tot intrekking zoomede de v. z. n. in hooger beroep daarop genomen beslissing zijn met redenen omkleed.

4. Van het nemen van een dergelijk besluit geeft hij in de eerstvolgende Raadvergadering aan den gewestelijken Raad of aan den Gemeenteraad kennis, welke een beslissing neemt.

4. De in lid 1 genoemde gezaghebbenden bevoegd tot de intrekking van een vergunning zijn mede bevoegd te bepalen, dat hangende het in lid 2 bedoelde hooger beroep, de bevoegdheid tot den verkoop van alcoholhoudende dranken in het klein wordt gesehorst.

5. Indien bij hooger beroep het besluit tot intrekking van de vergunning is vernietigd en een schorsing als bedoeld in het vorig lid heeft plaats gehad, wordt den belanghebbende v. z. v. voor hem uit deze schorsing nadeel is ontstaan schadevergoeding verleend.

TOELICHTING VAN DE VOORGESTELDE AFWIJKING.

Het kwam de Commissie gewenscht voor met betrekking tot het recht om vergunningen in te trekken eenige waarborgen tegen onjuiste toepassing ervan in het leven te roepen.

Artikel 11.

Zooals voorgesteld door de heeren Van Walsem en

Bervoets.

Zooals voorgesteld door de Commissie.

1. Het Hoofd van het gewest, de Voorzitter van den gewestelijken Raad of van den Gemeenteraad, alsmede de betrokken hoofden van plaatselijk bestuur, zijn bevoegd op dagen, waarop misbruik van alcoholhoudende dranken te vreezen is, te bepalen dat in het gewest of bepaalde gedeelten daarvan of in de gemeente, alle voor het publiek toegankelijke lokaliteiten met vergunning tot verkoop van alcoholhoudende dranken in het klein, voor dien verkoop op bedoelde dagen gesloten moeten zijn, hetzij gedurende den geheelen dag, hetzij gedurende bepaalde uren.

1. Bij verordening van den plaatselijken raad, dan wel waar deze ontbreekt, bij verordening van den gewestelijken raad of keur van het hoofd van gewestelijk bestuur, kunnen uren bepaald worden gedurende welke voor het publiek toegankelijke localiteiten waarvoor vergunning is verleend, gesloten moeten zijn.

Sluiten