Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Indien het aantal vergunningen in een bepaald ressort op de in het tweede lid van dit artikel aangegeven wijze is gedaald tot beneden de 10, vervallen de dan nog resteerende vergunningen op het einde van de volgende 5 jarige periode.

TOELICHTING OP DÉ AFWIJKINGEN.

Dat en waarom de Commissie zich principieel niet kan aansluiten bij de leden 2 en 3 van dit artikel is hiervoren — § 1 — uitvoerig betoogd.

Met de strekking van het eerste lid om het ten tijde van de uivoering bestaand aantal vergunningen als maximum te beschouwen kan zij zich geheel vereenigen. Het komt haar echter meer gewenscht voor instede van het totaal van de in geheel Nederlandsch-Indië bestaande vergunningen als één maximum te beschouwen, maxima aan te nemen voor de verschillende bestuurseenheden. De wenschelijkheid om deze maxima te verminderen kan dan plaatselijk en daardoor op juistere wijze telkens om de vijf jaren onder de oogen worden gezien. Het stellen van maxima voor verschillende gebieden heeft nog een ander voordeel t. w. ten aanzien van het verleenen van nieuwe vergunningen, hetwelk mogelijk is als in eenige vijfjarige periode het aantal vergunningen beneden het voor dat tijdstip vastgestelde maximum aantal vérgunningen daalt. De door de Commissie gedachte regeling maakt het niet mogelijk — de door de voorstellers ontwerpen formule en n. h. v. ten gevolge van onvolledige redactie —, dat b. v. doordien in Bandjermasin een vergunning vervalt, in Bandoeng een vergunning boven het bij den aanvang van een vijfjarige periode reeds bestaande aantal verleend wordt.

Dat telken male om de vijf jaren door de daartoe aangewezen bestuursorganen de vraag onder de oogen wordt gezien, in hoeverre en op welke wijze het bestaand aantal vergunningen verminderd kan worden, acht de Commissie gewenscht.

Bij de thans bestaande maatschappelijke toestanden acht de Commissie het gewenscht, dat de mogelijkheid bestaat om boven het bestaande wettelijke maximum ten behoeve van buitengewone inrichtingen voor maatschappelijk verkeer een vergunning te verleenen. Wat als een buitengewone inrichting voor maatschappelijk verkeer zal zijn te beschouwen is een quaestio facti.

Een schouwburg valt daaronder; een berghotel als Tosari of Ngamplang eveneens. Het gestelde criterium brengt allereerst mede, dat de inrichting niet den verkoop van alcoholic tot hoofddoel heeft. De quastio facti zal steeds op grond van de omstandigheden moeten worden uitgemaakt.

Ten einde een éénvormige toepassing te bevorderen is onderwerpelijk het recht om vergunning te verleenen bij uitsluiting het centraal gezag toegekend.

Artikel 15.

Zooals voorgesteld door de heeren Van Walsem— Bervoets.

Zooals voorgesteld door de Commissie.

Tot het Hoofd van het gewest of tot den Voorzitter van den gewestelijken Raad of tot den Voorzitter van den Gemeenteraad, kan schriftelijk het verzoek worden

De Commissie stelt voor dit artikel geheel te doen vervallen.

4

Sluiten