Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gericht om door een volksstemming te doen beslissen of reeds dadelijk tot het intrekken van een zeker aantal, dan wel van alle bestaande vergunningen en het niet meer verleenen van nieuwe in het desbetreffende ressort moet worden overgegaan. Dit verzoek moet worden gedaan:

a. in af deelingen of gemeenten met meer dan 50 000 zielen door tenminste een 250ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eischen;

6. in af deelingen of gemeenten met meer dan 20 000 en ten hoogste 50 000 zielen door minstens een 200ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eisehen;

c. in afdeelingen of gemeenten met meer dan 10 000 en ten hoogste 20 000 zielen ten minste door een 150ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eischen;

d. in de overige afdeelingen of gemeenten door ten minste een 100ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eischen.

Indien het verzoek tot het Hoofd van het gewest of tot den Voorzitter van den gewestelijken Raad wordt gericht, geschiedt dit door tusschenkomst van den betrokken afdeelingschef.

2. Indien uit de gehouden volksstemming is gebleken dat % der aan de stemming deelgenomen hebbende stemgerechtigden hebben gestemd voor geheele of gedeeltelijke intrekking der bestaande vergunningen of het niet meer verleenen van nieuwe in het desbetreffende ressort, moeten door het Hoofd van het gewest of door den Voorzitter van den gewestelijken of Gemeenteraad uiterlijk één jaar na het houden der stemming de verleende vergunningen zijn ingetrokken, terwijl geen nieuwe vergunningen in dat ressort mogen worden verleend nadat de uitslag van bovenbedoelde stemming bekend is gemaakt in de Javasche Courant.

3. Om aan de in dit artikel bedoelde volksstemming te kunnen deelnemen moet men voldoen aan dezelfde eischen als die welke gelden voor de uitoefening van het stemrecht voor de locale raden.

4. De wijze, waarop de in dit artikel bedoelde volksstemming moet worden gehouden, wordt nader in een afzonderlijke ordonnantie geregeld.

TOELICHTING VAN DE AFWIJKING.

Op blz. 33 van haar verslag deelde de Commissie mede, dat zij geen praktische voordeden verwacht van het stelsel van zg. plaatselijke keuze ook reeds omdat h. t. 1. nog niet geacht kunnen worden aanwezig te zijn de publiekrechterlijke organisaties welke elders dit instituut mogelijk maken.

De door de voorstellers ontworpen regeling voor een stelsel van plaatselijke keuze sterkt de Commissie in haar hiervoren weergegeven zienswijze. Deze regeling acht zij zeer onvolledig. Eerstelijk worden daarin gemist voorschriften omtrent de wijze waarop de „volksstemming'' gehouden zal moeten worden. Wel bepaalt lid 4, dat een nadere ordonnantie die wijze zal regelen, maar de Commissie veroorlooft zieh de opmerking, welke, naar zij meent zal worden beaamd door nagenoeg een ieder, die wel eens de hier te lande bestaande wijzen van verkiezen

Sluiten