Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt mede opgedragén aan inspecteurs of adjunct-inspecteurs die door den Gouverneur-Generaal worden benoemd en wier werkkring en bevoegdheden bij Gouvernementsbesluit worden geregeld.

TOELICHTING VAN DE AFWIJKING.

De Commissie gelooft niet, dat er noodzaak bestaat de instelling van inspecteurs en adjunct-inspecteurs imperatief in de wet vast te leggen. Blijkt indienststelling van deze functionarissen noodzakelijk dan kan dit alsnog in verband met het gewijzigde eerste lid van het vorige artikel zonder wetswijziging geschieden.

Opgemerkt moge worden dat artikel 48 der Nederlandsche drankwet, hetwelk de naleving van die wet mede opdroeg aan inspecteurs of adjunct-inspecteurs, vervallen is. Hun taak is overgenomen door inspecteurs óf adjunct-inspecteurs bij den dienst der volksgezondheid.

Artikel 21.

Zooals voorgesteld door de heeren Van Walsem-Bervoets. Zooals voorgesteld door de Commissie.

L Voor niet-nakoming der voorschriften vervat in de artikelen 1 en 11 tweede lid, 12 eerste en tweede lid, 13, 16 eerste en tweede lid èn 19 dezer ordonnantie, is aansprakelijk de beheerder van eene bij het artikel 19 bedoelde inrichting, terwijl in geval de beheerder der inrichting en de houder der vergunning verschillende personen zijn en de laatste de overtreding heeft doen plegen, de houder aansprakelijk zal zijn.

Voor de niet naleving van de voorschriften vervat in artikel 2, lid 1, 11, lid 2, 12, lid 1 en 2, 13, 16 en 19 dezer ordonnantie is aansprakelijk de beheerder van de in artikel 19 genoemde inrichting.

2. Indien de houder der vergunning is een naamlooze vennootschap of eene vereeniging, zijn de leden van het bestuur strafbaar, tenzij zij bewijzen dat de last tot het plegen der overtreding in de vorige alinea bedoeld, buiten hun toedoen is gegeven.

2. cfm. het hiernevensstaande.

TOELICHTING VAN DE AFWIJKING.

Waar het zg. middellijke daderschap in het Wetboek van Strafrecht is geregeld, gelooft de Commissie dat de twee laatste zinsneden in lid 1 kunnen worden gemist.

Artikel 22.

Zooals voorgesteld door de heeren Van Walsem-Bervoets.

1. Behalve de ambtenaren en beambten der politie en de in artikel 20 genoemde inspecteurs of adjunct-inspecteurs is het hoofd van het gewest, de Voorzitter van den gewestelijken Raad of die van den Gemeenteraad belast met de opsporing van overtredingen dezer ordonnantie.

2. Door hen wordt zoo spoedig mogelijk proces-verbaal opgemaakt wegens alle overtredingen dezer ordonnantie welke te hunner kennis komen.

3. De aldus opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der daarin geconstateerde overtredingen, mits zij voldoen aan artikel 381 van het Reglement op de strafvordering of aan artikel 295 van het „Inlandscke Reglement".

Zooals voorgesteld door de Commissie.

1. Behalve de op den voet van artikel 19, lid 1. met het toezicht op de naleving van deze ordonnantie te belasten personen, zijn belast met de opsporing van overtredingen van deze ordonnantie de gezaghebbenden, welke ingevolge algemeene verordeningen voor het opsporen van misdrijven en overtredingen zijn aangewezen.

2. Cfm. het hiernevenstaande lid 2.

3. Kan n.h.v. vervallen.

5

Sluiten