Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolge van het meer een meer nauwer wordende contact tusschen Europeanen en Inlanders, ziet men geen anderen weg om dit gevaar af te wenden dan door een regeling, die zich als einddoel stelt het gebruik van alcohol uit het openbare indische leven voor goed te doen verdwijnen.

Artikel 1. De verkoop van alle dranken, bevattende meer dan een procent alcohol, valt onder dit ontwerp. Dit is gedaan om de controle zooveel mogelijk over de gansche linie van het alcohol-gebruik uit te strekken en het toezicht op de binnen het gebied van deze gewesten ingevoerde of vervaardigde alcoholhoudende dranken zoo volledig mogelijk te maken.

Op deze wijze kunnen zoo goed als alle als „obat" geadverteerde en ter verkoop aangeboden alcoholhoudende dranken worden onderzocht en de verkoop daarvan aan een vergunning worden verbonden.

Voorts geeft dit artikel aan, wat onder kleinhandel moet worden verstaan.

Het stelt de maximum hoeveelheid niet te laag voornamelijk in verband met het beginsel van dit ontwerp om onder alcoholhoudende dranken te verstaan alle dranken, die meer dan één procent alcohol bevatten.

Waar derhalve ook bier met meer dan één procent alcohol-gehalte onder deze regeling valt en het verkoopen van dezen drank in Indië meestal in vrij groote hoeveelheid geschiedt, daar moest voor Indië het maximum vrij hoog worden gesteld om het doel te bereiken.

Artikel 2. Dit artikel gaat uit van de gedachte: geen drankverkoop in 't klein is geoorloofd zonder voorafgaande vergunning, terwijl het tevens aangeeft, wanneer zulk een vergunning kan worden geweigerd. In dit geval is een verschillende regeling getroffen voor gewesten met- en zonder een gewestelijken raad. Is zulk een college ingesteld dan zal de weigering alleen door dit lichaam kunnen geschieden.

Is daarentegen het gewest nog niet zoo ontwikkeld dat het een zelfstandige vertegenwoordiging heeft, dan kan aan den resident zooveel bevoegdheid en vertrouwen worden toegekend om geheel zelfstandig in hoogste instantie een verzoek om vergunning te weigeren op grond van de overweging dat het verleenen moet geacht worden ia strijd te zijn met de openbare orde of met het algemeen belang.

Artikel 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9. Deze artikelen houden in:

a. een regeling aangaande den duur der verleende vergunningen ;

b. een opsomming van de gevallen waarin geen vergunning tot verkoop van alcoholhoudende dranken in het klein kan worden verleend;

c. een bepaling dat de vergunning persoonlijk is en slechts geldt voor de lokalen, waarvoor zij uitdrukkelijk is verleend.

De in artikel 4 vervatte regeling is uiteraard het meest ingrijpend en heeft ten doel reeds dadelijk zooveel mogelijk het gebruik van alcoholhoudende dranken in het openbaar verkeer der Inlandsche Maatschappij te voorkomen.

Artikel 10. Hier worden regels gegeven voor de intrekking van vergunningen, indien blijkt dat na de toekenning der vergunning zich omstandigheden voordoen, op grond waarvan een vergunning niet zou zijn verleend, indien ze bestaan hadden op 't oogenblik, dat het verzoek daartoe werd ingediend

Sluiten