Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wier doel is bestrijden van het gebruik van alcoholhoudende dranken, een of meer commissies van meerderjarige ingezetenen worden ingesteld.

Indien in een gewest of een gemeente meer dan één commissie wordt ingesteld, bepalen het Hoofd van het gewest of de Voorzitter van den Gemeenteraad over welk deel van het gewest of der gemeente de bemoeiingen van iedere commissie zich uitstrekken.

2. Die commissies dienen de Regeering van raad, zoowel desgevraagd als uit eigen beweging, omtrent alles, wat, hetzij rechtstreeks, hetzij zijdelings met het doel dezer ordonnantie samenhangt.

3. Het aantal leden dier commissies wordt door den Gouverneur-Generaal bepaald na overleg met het Hoofd van het gewest of van den Voorzitter van den Gemeenteraad.

4. De leden worden benoemd door den Gouverneur-Generaal. Ze treden volgens een op te maken rooster af met dien verstande, dat geen lid, behoudens herbenoeming langer dan drie jaar zitting heeft.

5. De Gouverneur-Generaal stelt een instructie vast, waarin worden geregeld de verkiezing van een voorzitter en een secretaris, de vergaderingen en de werkwijze.

6. Den secretaris van de commissies kan een vergoeding van bureaukosten van ten hoogste 50 gulden per maand worden toegekend.

Artikel 24.

1. Overtreding van de verbodsbepalingen en niet-nakoming van de verplichtingen gesteld of opgelegd bij de artikelen 2, eerste lid, 11 tweede lid, 12 eerste, tweede en derde lid, 13, 16 eerste en tweede lid, 19 en 25 vierde lid dezer ordonnantie wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste 100 gulden of gevangenisstraf van ten hoogste acht dagen.

2. Bij veroordeeling wegens overtreding van artikel 16 wordt door den rechter de verbeurdverklaring uitgesproken van de in dat artikel bedoelde dranken, met de voorwerpen, waarin zij 'zich bevinden, een en ander voor zoover zij den veroordeelde in eigendom toebehooren.

Artikel 25.

1. Alle voor het inwerking treden dezer ordonnantie verleende vergunningen tot verkoop van alcoholhoudende dranken zijn vervallen.

2. Houders van inrichtingen, waarin op den dag, dat deze ordonnantie in werking treedt, alcoholhoudende dranken worden verkocht krachtens een dergelijke vergunning, vragen, indien zij dat bedrijf wenschen voort te zetten, binnen een maand na dien dag, op de wijze voorgeschreven in artikel 2, de in dat artikel bedoelde vergunning.

3. In afwachting van een beschikking op dat verzoek mag de door hem gehouden inrichting geopend blijven.

4. Wordt de vergunning geweigerd, dan moet, na ont vangen kennisgeving daarvan, de betreffende inrichting binnen vier weken na ontvangst der kennisgeving voor den verkoop van alcoholhoudende dranken worden gesloten, behoudens het recht van het Hoofd van het gewest, den Voorzitter van den gewestelijken Baad of van dien van den Gemeenteraad om in het geval bedoeld bij het derde lid van artikel 10 den verkoop van alcoholhoudende dranken onmiddellijk te doen staken.

Sluiten