Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn aangegeven, welke van 1877 tot en met 1919 in Engeland. Wales en Schotland zijn voorgekomen, blijkt, dat de ziekte van 1877 tot 1886 heeft geheerscht en wel het hevigst in 1883, toen zij voorkwam in 75 van de 88 graafschappen onder het vee van 18732 eigenaren.

In die periode vond geen afmaking plaats en werd uitsluitend ^isolatie

toegepast.

Vanaf 1887 tot en met 1891 kwam de ziekte niet voor. doch in 1892 trad zij weder op en vanaf dat jaar tot nu toe heeft men uitsluitend de bestrijding door middel van afmaking in toepassing gebracht.

In 1892 werden 95 veekoppels aangetast, een aantal dat in geen van de volgende jaren, waarvan er 12 geheel ziektevrij waren, werd bereikt.

Een epizoötie zooais blijkbaar in 1883 is voorgekomen, heeft zich dus in de laatste 28 jaar. gedurende welke het afmakingssysteem ik toegepast, niet meer voorgedaan.

Niettegenstaande dezen gunstigen toestand begint men zich in den laatsten tijd in landbouwkringen meer en meer tegen de regeringsmaatregelen te verzetten, zoodat wellicht binnenkort het afmaaksysteem zal moeten plaats maken voor een andere bestrijdingsmethode.

Hoeveel de bestrijding in die jaren heeft gekost is ons niet bekend, doch dat men er niet voor terugschrikt ook waardevolle fokdieren op te offeren moge blijken uit het feit. dat in 1919 aan een bekend schapenfokker te Cherifon in Kent eene schadeloosstelling werd uitbetaald van 12000 pond voor 200 schapen, dus gemiddeld 60 pond per schaap.

Het moet stellig als een succes van de maatregelen wotden beschouwd, dat men van 1892 af tot nu toe eene epizoötie, zooals wij er .gedurende dat tijdsverloop verschillende hebben medegemaakt, en zooals ze ook in Engeland blijkens de cijfers van voor 1892 kunnen voorkomen, heeft kunnen beletten en dit doet

de vraag rijzen : ... i j

Zijn die maatregelen doortastender en uitgebreider dan de hier te lande

toegepaste? ..

De commissie kreeg over het algemeen niet den indruk, dat dit het geval is.

Zonder twijfel is het stopzetten van de veebeweging binnen een kring van 15 mijlen rondom den ziektehaard een uitstekende maatregel, die wij hier in dien vorm niet kennen, doch eerst vanaf Februari 1920 wordt deze maatregel consequent

toegepast. .

Het slachten ter plaatse en het verbranden van de afgemaakte zieke dieren om de verspreiding van smetstof langs den weg van het vleeschvervoer te voorkomen, verdient zeer zeker aanbeveling, doch is niet afdoendé. aangezien de meeste smetstof wordt aangetroffen in het bloed van dieren, die in het koortsstadium

Sluiten