Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit deze proef blijkt dus, dat de inwerking van kaaswei met een titerzuurgraad van 18,2 (SH), gedurende */| uur, in staat is de smetstof van het mond- en klauwzeer onschadelijk te maken.

Proef III. 10 Maart 1920. Bij deze proef werd 10 kubieke centimeter kaaswei.

hebbende een titerzuurgraad van 16,2 (SH), vermengd met kubieke centimeter blaarinhoud en daarna 15 minuten bewaard en vervolgens intraveneus ingespoten bij een os. Het dier reageerde niet op de inspuiting en bleef van mond- en klauwzeer verschoond.

Een contróle-rund, dat dezelfde hoeveelheid smetstof in physiologische keukenzoutoplossing, eveneens intraveneus ontving, werd door mond- en klauwzeer aangetastUit deze proef treedt aan het licht, dat de smetstof van het mond- en klauwzeer, vermengd met zure kaaswei, in 15 minuten tijds onschadelijk gemaakt wordt.

Proeven met filtraat van karnemelk.

Proef IV. 10 November 1919- 75 milligram blaarinhoud werd vermengd met 20 kubieke

centimeter nitraat van karnemelk. Het mengsel werd gedurende 14 uur bewaard bij 12—15 0 C. en had op het tijdstip der inspuiting een titerzuurgraad van 29.3 (SH).

De inspuiting had wederom intraveneus plaats. Het dier reageerde niet op de inspuiting; echter een controle-rund, dat met dezelfde hoeveelheid blaarinhoud werd ingespoten, bleef eveneens gezond.

Blijkbaar was dit rund niet vatbaar voor het mond- en klauwzeer.

Uit deze proef kan derhalve geen bepaalde conclusie getrokken worden.

P oef V 21 Februari 1920. Bij 10 kubieke centimeter filtraat van karnemelk met

een titerzuurgraad van 30.2 (SH), werd 1 kubieke centimeter blaarinhoud gevoegd en Va uur bewaard en daarna intraveneus ingespoten bij een os. Dit dier bleef volkomen gezond en reageerde niet op de inspuiting.

Een contröle-os. ingespoten met dezelfde hoeveelheid blaarinhoud, werd door mond- en klauwzeer aangetast.

Hieruit blijkt, dat het filtraat van karnemelk, bij deze proef gebruikt, de smetstof van mond- en klauwzeer in een half uur onschadelijk maakte.

Proef VI. 19 Maart 1920. Bij 9,5 kubieke centimeter filtraat van karnemelk, hebbende

een titerzuurgraad van 23.8 (SH), werd gevoegd '/, kwieke centimeter blaarinhoud en na inwerking van 1 minuut gespoten in de bloedbaan van een os.

Sluiten