Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage V»

RAPPORT betreffende de vraagt „Welke waarde is te hechten „aan verschillende in de laatste jaren aangeprezen middelen „ter voorkoming en genezing van mond- en klauwzeer."

Werkwijze der Sul commissie.

Blijkens de rede door den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel op 24 Mei 1919 uitgesproken, was het in overeenstemming met den wensch te dien opzichte in de Tweede Kamer der Staten-Generaal uitgesproken, dat de van verschillende zijden aangeprezen bestrijdingsmiddelen aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen zouden worden.

Door de Staatscommissie is in verband daarmede op hare vergadering van 3 Juni 1919 eene subcommissie (geneesmiddelen-subcommissie) benoemd. Deze subcommissie bestond uit de heeren Prof. Dr. J. poels, Prof. J. Wester (voorzitter), Prof. Dr. w. J. paimans en Prof. Dr. L. DE blieck (secretaris), terwijl vanaf 30 Nov. 1920 hieraan nog zijn toegevoegd de heeren Mr. A. G. A. Ridder van RAPPARD en L. F. DUYMAER van TwiST met den heer Th. C. wesseling als plaatsvervangend lid voor beide laatstgenoemde leden. >- In de vergadering der subcommissie van 12 Juni 1919 werd besloten aan de

Staatscommissie voor te stellen in de Staatscourant een bekendmaking te plaatsen, dat bezitters van bovenbedoelde middelen zich tot de Staatscommissie konden wenden, om hunne middelen te doen onderzoeken. Deze bekendmaking luidde aldus:

BEKENDMAKING.

Staatscourant van 30 Juni 1919 No. 144.

De Staatscommissie in zake mond- en klauwzeer verzoekt belanghebbenden, die wenschen te doen onderzoeken welke waarde is te hechten aan aangeprezen middelen ter voorkoming en genezing van mond- en klauwzeer, een voldoende hoeveelheid van deze middelen met gebruiksaanwijzing te zenden aan Prof. Dr. J. poels, directeur der Rijksseruminrichting te Rotterdam én eenzelfde hoeveelheid met gebruiksaanwijzing aan Prof. Dr. L. de Blieck, directeur van het Instituut voor parasitaire- en infectieziekten der Veeartsenijkundige Hoogeschool te Utrecht. Het resultaat zal worden bekend gemaakt in een Rapport der Staatscommissie aan de Regeering.

De subcommissie ging daarbij uit van het denkbeeld, dat aan iedereen de gelegenheid moest gegeven worden zijne middelen ter onderzoek aan de Commissie te geven. Na een nauwkeurig chemisch onderzoek, hetgeen overbodig zou zijn, in-

Sluiten