Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPMERKINGEN naar aanleiding der sub C genoemde adviezen.

Het was niet altijd gemakkelijk om uit het schrijven van enkele personen op te maken of zij een geneesmiddel bezaten, dan wel een advies wilden geven; dit kwam soms eerst tot uiting bij herhaalde navraag of door een persoonlijk onderhoud.

Zoo was een merkwaardig geval dat van den heer A. beket te Rotterdam. Deze schreef zeer verward en in slecht Hollandsch en gaf den indruk een middel te bezitten; na hem de voorwaarden voor demonstratie te hebben medegedeeld, berichtte hij, dat hij geen middel had en er in het geheel geen middel voor de ziekte bestaat; maar hij had toch een middel (?) dat de ziekte niet meer zou voorkomen.

Daar de man niet ophield te correspondeeren, is hem een onderhoud verleend. De heer beket bleek een oud varensgezel te zijn en beweerde speciaal uit Amerika te zijn gekomen om het heil aan onze veehouders te brengen. Alras bleek, dat zijn mondelinge mededeelingen niet minder onduidelijk waren dan zijn schriftelijke toelichtingen. O.a. zeide hij, dat de oorzaak van het mond- en klauwzeer was de dauw op het gras en 's winters het stof in het hooi, verder moest men zout sprenkelen over het voer, en de runderen moesten om te genezen hun longen uitspuwen. Ziehier een geval, waarvoor de Secretaris der Subcommissie een 4-tal brieven had geschreven en een onderhoud heeft toegestaan; dit kan men toch zeker wel tijdverspilling noemen.

Dergelijke gevallén, al zijn ze dan misschien minder dwaas, zijn talrijk voorgekomen. Er waren inzenders, die aan hef correspondeeren bleven en zich steeds aan, demonstratie onttrokken.

Zij, die een bepaalde behandelingswijze aan de hand deden, zijn ook verzocht te demonstreeren, andere adviezen zijn gewoonlijk voor kennisgeving aangenomen.

Deze lijst C geeft een aardige staalkaart van de menigvuldigheid der behandelingsmethoden van mond- en klauwzeer, in wezen verschillend naar gelang van de mentaliteit van den ontdekker.

Verder zijn er eenige ontsmettingsmiddelen aangeprezen o.a. ,,Coopér's fluid" ; het lag echter niet op den weg der Commissie al deze middelen te onderzoeken op hun desinfecteerend vermogen tegenover mond- en klauwzeer.

De heer E. v. Dieren, arts te Amsterdam, beveelt aan het opzettelijk besmetten der runderen met smetstof, welke door verwarmen verzwakt is, b.v. door

Sluiten