Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit een oeconomisch oogpunt voor BlEMOND niet ongeschikt voorkomt). Verdegaai. heeft echter al de koeien met het poeder behandeld, doch van een gunstigen invloed op het verloop der ziekte is niets te merken.

AM. Middel van J. VAN BREEMEN, drogist te Oirschot, gecontroleerd door de Commissie.

Deze persoon demonstreerde den 5<len Juni 1920 met een middel, dat hij in water verdunde, en uit een spuit van Duitsch fabrikaat, waaraan een sproeiinrichting verbonden was, de zieke en gezonde dieren in alle natuurlijke openingen inspoot Het zelfde middel gebruikte hij ook om de dieren af te boenen, de geheele huidoppervlakte, de klauwen en de uier moesten sterk er mede bevochtigd worden.

De bedoeling van den demonstrant was door de inspuiting een beschuttende laag aan te brengen tegen het indringen van de smetstof.

Waar dit betrof de gezonde dieren, en de behandeling twee of meer malen per dag moest geschieden en 8 dagen lang herhaald moest worden, kan a prion niet worden ontkend, dat, wanneer op deze wijze een ontsmettingsmiddel dagen aaneen in de met de buitenlucht in verbinding staande lichaamsholten, d.w.z. de mond- en keelholte, luchtpijp, de luchtpijpvertakkingen en de scheede aanwezig was deze wellicht het indringen der smetstof onder zeer gunstige omstandigheden kon tegenhouden; aan den anderen kant werd het betwijfeld, of de couche van het middel wel zoo geconcentreerd bleef en zoo voortdurend op de slijmvliezen bleef hechten, dat verwacht mocht worden, dat smetstof met het voedsel in den mond komend in het zeer korte tijdsbestek daar aanwezig, wel vernietigd zou worden.

Deze twijfel werd niet minder, toen de demonstrant aan het werk ging en het bleek hoe de behandeling zeer verschillend bij de dieren werd toegepast. De afwassching nam veel tijd in beslag, doch geschiedde bij het eene dier veel minder intensief dan bij het andere.

Daar slechts zieke koeien aanwezig waren ter plaatse van de demonstratie, kon slechts de genezende werking worden gecontroleerd.

In de weidè van B. STUVERS te Hedel hep vee van meerdere eigenaren. Het eerst werd behandeld een vale koe van P. v. LOON, die 2 a 3 dagen ziek was.

Niettegenstaande het dier mondzeer had, at het nog, slechts de tandelooze rand was defect, de tong geheel intact; het dier speekselde een weimg, klauwzeer bestond niet, het was dus een licht geval. Het dier moest volgens heer VAN BREEMEN binnen 3 dagen genezen zijn.

Bij het tweede bezoek na drie dagen waren de wonden iets kleiner geworden doch was overigens de toestand van het dier nog dezelfde.

Een witbonte koe van A. J. VAN DRIEL was ongeveer 4 dagen ziek geweest; het slijmvlies der tong was voor de helft defect, ze zou ook na 3 dagen hersteld zijn. Ook hier was ten opzichte van het contróledier geen onderscheid.

Sluiten