Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vaars van Jaarsveld at niet, het was wellicht een dag ziek, daar het slijmvlies op de tong niet was losgelaten.

Ook bij dit dier was niet het minste verschil waarneembaar bij het tweede bezoek. En de verschillende wijze, waarop de dieren werden behandeld èn de zonder eenig voorafgaand onderzoek door den demonstrant toegepaste behandeling der dieren getuigden van weinig ernst bij de toepassing van zijn middel. Men kreeg den indruk, dat hij alles wat hij onder handen kreeg, inspoot en bespoot.

Den heer van Breemen op een en ander opmerkzaam gemaakt, werd medegedeeld, dat het middel bij deze demonstratie geen genezende waarde had doen blijken en hem werd tevens voorgesteld, de voorbehoedende werking van zijn middel aan een controle te doen onderwerpen.

De wijze waarop dit het best was te doen werd in den breede met hem besproken. Ondanks dit voorstel is geen verzoek tot demonstratie meer gedaan.

A16. Middel van J. van de Bunt te Haarlem, gecontroleerd door den districtsveearts te Amsterdam., den heer J. A. klauwers, die daarover het volgende bericht:

J. v. d. bunt, een man van 70 jaar, heeft het recept van dit middel gevonden in een opschrijfboekje afkomstig uit de nalatenschap van zijn vader.

Het is een afkooksel van kruiden, welke in de maanden Augustus en September worden verzameld. Van dit afkooksel wordt een flesch vol door den mond en flesch vol door de neusgaten ingegeven.

Op 5 Juli 1920 werden in tegenwoordigheid van ondergeteekende met dit middel behandeld acht melkkoeien van den veehouder H. van Schooten te Vijfhuizen, gemeente Haarlemmermeer, welke op 3, 4 en 5 Juli ziek waren geworden.

Deze dieren zouden volgens v. d. Bunt binnen 3 dagen hersteld zijn. Bij de controle op 8 Juli bleek dat één van de koeien was gestorven, terwijl de andere ernstig ziek waren.

Het genezingsproces verliep verder zeer langzaam; er trad klauwzeer op waaraan één van de koeien op 5 September j.1. nog in die mate leed, dat de hulp van een veearts moest worden ingeroepen.

Het middel is derhalve in dit geval waardeloos gebleken; ook volgens het oordeel van den veehouder.

A19. Het middel van H. C. buys te Dinther werd gedemonstreerd op den stal van P. van grinsven te Heeswijk, onder controle der Commissie.

Het middel was een bruinachtig gekleurde, halfvloeibare stof. Het deed naar de reuk denken aan teer (volgens B. kwam de reuk van de flesch, waarin creoline was geweest). Ook een min of meer zure geur was waar te nemen. Een deel van dit middel werd verdund met 3 deelen warm water. Van deze verdunning werd den

Sluiten