Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze deels met „Eenvoud II", deels met bruine teer, waaraan wat creoline was toegevoegd, behandeld.

Op een* stierkalf na waren de dieren na een behandeling van ongeveer 14 dagen, waarbij om den anderen dag de dieren onder handen genomen werden, genezen. Daarbij bleek dat er ten eenemale geen verschil was waar te nemen geweest tusschen de snelheid of dd wijze van genezing van de pooten met het middel of met teer-creoline behandeld.

Met nadruk zij er op deze omstandigheden gewezen. Niet te ontkennen was • het, dat na zorgvuldige besnijding, waarna het middel overal kon indringen, de wondvlakte spoedig een gezond, daarna droog aspect vertoonde, doch in geen enkel opzicht was dit aspect mooier dan bij de klauwen, die met het andere middel waren behandeld. De dieren werden niet verbonden; bij het middel bijlmer wordt dit niet voorgeschreven. Gesteld dat dit bij de door ons gevolgde behandeling nog plaats had gevonden, hetgeen indien het uitsluitend een behandeling betrof door een deskundige zeker zou zijn geschied, zoo zou door deze voorzorgmaatregel het proces beslist een nog gunstiger verloop hebben gehad.

Bij J. LOKHORST was tijdens de behandeling van bovengenoemde dieren de ziekte uitgebroken.

Hij stelde zijn vee ter beschikking en Dr. Winkel heeft 5 of 6 dagen zelf of door den veeopzichter de wonden bij 6 runderen met „Eenvoud I" behandeld volgens het voorschrift van \ den heer bijlmer.

Er werd op gelet, dat zoowel dieren met minder als met meer ernstig mondzeer uitgekozen werden, terwijl tegelijk zieke contróledieren daartegenover werden geplaatst. Ook in het genezingsproces der monden werd geen zichtbaar verschil waargenomen, noch in het algemeen welzijn, noch in de melkgift.

Bij alle dieren verliep de ziekte gelijk, zoodat de eigenaar, evenals J. VAN DlJK, niet de minste waarde aan het middel van bijlmer hechtte.

Later heeft bijlmer nog eens willen demonstreeren bij één enkelen zieken stier; . de Commissie is hierop niet ingegaan, daar contröle-behandeling niet mogelijk was.

Nadat de termijn gesloten was, heeft B. wederom demonstratie aangevraagd, doch op grond van de reeds verkregen resultaten heeft de Commissie afwijzend op zijn verzoek beschikt.

De heer bijlmer toonde zich zeer verontwaardigd en gaf hiervan blijken door in een brief aan Prof. de blieck als zijn meening uit te spreken, dat deze na al de plaats gehad hebbende demonstraties nu binnenkort wel met een middel zou komen, doende of dit zijn eigen vinding was.

Dat was nu de dankbaarheid voor al het werk, dat de Commissie voor het onderzoek van het middel bijlmer had verricht.

Sluiten