Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gerth van Wijk, stelde met groote welwillendheid het personeel en de stallen ter beschikking van den heer ten hoopen om de demonstratie te kunnen doen plaats hebben.

De heer ten hoopen heeft het volgende verslag uitgebracht: Op 5 April werd de z.g.n. vetstal — d.i. de stal, waarin het mestvee wordt geplaatst — bezocht en bij 5 der daar aanwezige 28 koeien het mond- en klauwzeer geconstateerd. Op 31 Maart was het eerste geval in den stal waargenomen. Met Mej. Ensing Meijer, in den stal aanwezig, werd overeengekomen, dat den volgenden dag, als ze de noodige ingrediënten had, de behandeling van 2 zieke en 10 verdachte dieren zou beginnen. De koeien stonden op 2 rijen. De stal is van het z.g. Hollandsche type, vóór de koeien langs loopt de drinkgoot, tevens voerbak. Op de langste rij stonden 16 koeien, op de andere 12. Vóórdat op 6 April de proef begon, werden de koeien één voor één geïnspecteerd en de bevinding genoteerd en daarna de voor behandeling bestemde dieren op één rij gezet. Gemakshalve werden de dieren genummerd van 1 tot en met 28. Omdat Mej. Ensing Meijer verwachtte, dat het haar zou gelukken de nog niet aangetaste dieren voor de ziekte te kunnen vrijwaren, wanneer ze althans bij den aanvang der behandeling nog geen waarneembare afwijkingen vertoonden, werd haar gelegenheid gegeven op te geven, welke dieren volgens haar reeds verdacht waren. In de bijgevoegde staten staat dat aangegeven.

Van alle koeien werd tweemaal daags rectaal de temperatuur opgenomen. Het daartoe aangewezen personeel noteerde geregeld alle waargenomen afwijkingen. Mej. Ensing Meyer had als voorwaarde gesteld, dat er voortdurend — ook des nachts — iemand van harentwege in den stal aanwezig mocht zijn. Dit was onvoorwaardelijk toegestaan. Teneinde misverstand te voorkomen, hetgeen blijkens allerlei fantastische verhalen, die er over het waardevolle middel in omloop waren, wel gewenscht was, werden de proefneemster een drietal vragen voorgelegd met verzoek, die schriftelijk te willen beantwoorden. Het desbetreffende stuk gaat hierbij (blz. 60—61).

Om haar gelegenheid te geven haar voorbehoedmiddel te demonstreeren werd haar de beschikking gegeven over 12 melkkoeien in een onbesmette melkveestal.

Nadat deze de vereischte drie dagen waren voorbehandeld, werden 6 ervan m den vetveestal tusschen zieke koeien geplaatst en zoo aan natuurlijke besmetting blootgesteld.

Kunstmatige infectie werd niet toegepast.

Het verloop der ziekte in den stal was niet erg kwaadaardig. Het duurde geruimen tijd, voordat alle dieren waren aangetast. Zoo vertoonde No. 24 die, toen de zes bovengenoemde melkkoeien in den vetstal werden ondergebracht, met de Nos. 19, ai, 22, 25 en 26 daaruit was verwijderd en in een reinen, onbesmetten

Sluiten