Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A38. Middel van p. hofdijk te m»i»w«. s

Door demonstrant, slager en verloskundige, wordt tegen de ziekte, wanneer deze in het beginstadium verkeert, de volgende behandeling toegepast:

i. Toediening van een poeder (er bevond zich onder meer droppoeder en zoethout in) in kokend water plus stroop; tweemaal een halve flesch, btj ernstig zieke dieren één volle flesch 4 dagen in te geven.

2°. Een poeder „om het speeksel los te maken".

3". Een zalf voor de tong, ter verzachting.

4". Een tepelzalf.

Alle ziek vee moet binnenshuis worden gebracht. Genezing binnen 4 dagen

gegarandeerd. .

De heer hofdijk heeft zich spoedig voor demonstratie aangemeld, en het zijn schijven vergezeld gaan van een beschreven visitekaartje waarop vermeld stond:

Mijnheer.

N.B. mijn kippen zullen U geen windeijeren leggen.

Hoogachtend

P. H. L.

Op den 28sten April 1920 werd bij G. V. KEMPEN te Mijdrecht, waar zich 6 dieren bevonden, welke respectievelijk 1-5 dagen ziek waren, de behandeling

Drie dieren werden behandeld, de drie overige als controle gebruikt Een van de eerste was twee dagen te voren ziek geworden, doch het begon reeds weer te eten. Het dier leed aan tepelzeer, een ander dier was pas eenige dagen ziek, het had slechts enkele kleine blaren op de tong, het was w* stijf, er bestond geen tepelzeer. De overige dieren waren een dag te voren of

's morgens ziek geworden. , Den 3den Mei bleken de monden van twee behandelde dieren zeer sterk

defect * ^ ^ ^ op de helft m één ^ was het substantieverlies

in de mond minder hevig. Twee niet behandelde waren reeds wederom m de weide, wel een bewijs dus, dat het verloop bij deze een niet ernstiger karakter

had als bij de behandelde dieren. u.uatljPM Den 5den Mei was het dier, den 27sten April ziek geworden en behandeld,

weer gezond, een ander behandeld dier nog zeer stijf, terwijl het nog pas op de

helft van de melkgift was, het begon echter weer goed te eten.

Van de derde koe was de mond nog geheel rauw, doch het dier begon weer

wat voedsel op te nemen. Op de tepels bevonden zich de resten der blaren.

Sluiten