Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de behandelde koeien was één hersteld in zooverre, dat ze een normale of bijna normale hoeveelheid melk gaf en vrij goed voedsel tot zich nam, hoewel ze nog te veel speekselde.

Volgens eigenaar was deze koe zeer hevig ziek geweest en scheen onder invloed der geneesmiddelen wel verbeterd.

Een ander leed bij het tweede onderzoek aan een lichte uierontsteking, was overigens in vrij ver stadium van genezing.

De derde behandelde koe was vrij hevig kreupel en nog op verre na niet hersteld.

De vierde, bij den aanvang der behandeling nog gezonde, was evenals de andere toen nog gezonde, op 31 Mei ziek geworden.

Volgens den eigenaar was het verloop bij deze zieke koe lichter, dan bij de andere aanvankelijk gezonde, evenwel gaf ze slechts zeer weinig melk, ongeveer %. der normale hoeveelheid.

Volgens het oordeel van den eigenaar was een gunstige invloed merkbaar, hoewel hij zeker het middel niet afdoende achtte.

Naar mijne meening was geen gunstig effect te constateeren.

Immers van de behandelde dieren was één, van de niet behandelde waren 2 hersteld, terwijl bovendien een behandelde koe aan uierontsteking leed en vrij hevig kreupel was.

Dat een aanvankelijk ernstig zieke koe, na een week bijna hersteld is, is een gewoon verschijnsel, dat honderden malen wordt waargenomen. Er is geen reden om aan te nemen, dat hier het toegediende middel oorzaak was van dit gunstig verloop.

De drie niet herstelde, behandelde dieren zijn na 31 Mei doorbehandeld.

Op 12 Juni was de uierontsteking bij de eene koe goeddeels genezen en de hoeveelheid melk normaal; twee waren hersteld en de vierde, die bij de tweede controle stijf was, was nog niet hersteld, terwijl de heeveelheid melk % der normale was.

Van de niet behandelde koeien was een lijdende aan uierontsteking en gaf ruim % der normale melk, een tweede was nog niet op de volle melk, de beide andere geheel hersteld.

Hoewel op 12 Juni de groep niet behandelde koeien, doordat een dezer aan uierontsteking lijdende was, in minder gunstigen toestand verkeerde dan de behandelde, blijkt toch uit het bovenstaande wel, dat het middel van van pernis als geneesmiddel voor mond- en klauwzeer weinig of geen waarde heeft en niet beter is dan andere bekende geneesmiddelen.

A63. Middel van F. H. Plukker, Oud-Rijksveldwachter te Amsterdam.

De heer Plukker heeft 26 Mei 1920 gedemonstreerd bij een rund van

Sluiten