Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. RIJN te Amsterdam. De districtsveearts van Amsterdam, de heer J. A. KLAUWERS, heeft dit gecontroleerd, doch kon, waar het slechts één dier betrof, geen conclusie trekken en heeft daarom den heer PLUKKER verzocht nogmaals zijn behandeling te demonstreeren. Later heeft de heer PLUKKER herhaaldelijk gevraagd of de Commissie hem zieke dieren wilde aanwijzen en kosten voor demonstratie vergoeden, daar hij zelf geen zieke dieren kon krijgen.

De Commissie heeft gemeend niet van haar ingenomen standpunt betreffende de voorwaarde van de demonstratie te moeten afwijken. Uit de gevoerde correspondentie bleek in geen enkel opzicht, dat het middel van den heer PLUKKER gunstige resultaten had opgeleverd.

A 68. Middel van C. J. G. REPELIUS, boekhandelaar te Utrecht, gecontroleerd door de Commissie.

Na een langdurige correspondentie over de voorwaarden, waaronder moest worden gedemonstreerd, is het eindelijk gelukt den heer REPELIUS tot demonstratie te brengen.

De behandeling door den demonstrant toegepast, begint met een onderzoek van het zieke rund; de temperatuur wordt opgenomen, de blik van het dier, de toestand van de huid, de aard van de ontlasting nagegaan.

Is de laatste niet normaal, dan wordt deze eerst behandeld, terwijl het van de hoogte van de temperatuur afhangt, welk geneesmiddel het eerst wordt aangewend..

Bij voorkeur worden dieren in behandeling genomen, welke de ziekte pas hebben gekregen.

De monden worden door middel van een ballonspuit, waarin een in water opgelost middel, goed uitgespoten, daarna wordt een drank ingegeven, bestaande uit een poeder opgelost in water.

Driemaal daags worden de monden uitgespoten, eenmaal daags een flesch

met drank ingegeven.

Den 3den Juli 1920 werd deze behandelingswijze gecontroleerd bij DORRE-

STEYN in de Bilt.

Een rund, dat sinds 10 dagen ziek was, had reeds, ondanks de afspraak, dat met de behandeling gewacht zou worden, tot de controle zou beginnen, een

flesch drank gekregen.

Op den 3den Juli was de toestand aldus: temperatuur 38.6. Het smakte nog, het was vrij vlug in blik en houding, de tong was nog defect. Het wilde bij aanbieding reeds gras aanpakken, geen koek.

Den 5den Juli was de algemeene toestand vlugger, hoewel het nog zoo goed als niets wilde aanpakken. De voedingstoestand was zeer slecht, de buik sterk opgetrokken, volgens den eigenaar zou het dier wat meer melk geven.

6 Juli at het dier nog zeer weinig, de mondwonden waren nog defect. Ook

Sluiten