Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderaar van de wetenschappelijke diergeneeskunde en gaf in alles den indruk de resultaten zoo gunstig mogelijk te willen voorstellen.

Doch ten opzichte van de overige momenten blijft deze kwestie mj deze demonstratie van ondergeschikt belang.

Het ziekteverloop duurde in het algemeen gemiddeld 8-12 dagen. Waar minstens drie van de vier gecontroleerde dieren reeds een week ziek waren, lag het voor de hand, en de waargenomen verschijnselen van toenemende eetlust en vlugheid wijzen hierop voldoende, dat de dieren op weg van herstel waren.

Zonder medicamenteuze behandeling zouden de dieren even ver zijn geweest.

Den demonstrant werd op een en ander gewezen en hij werd verzocht een nieuwe proef te nemen, waarbij er op gelet zou worden, dat de dieren in het begin

der ziekte verkeerden.

De bezwaren om een geschikte veestapel te krijgen waren volgens demonstrant zoo groot, dat hij twijfelde daaraan te kunnen voldoen. Dit was geheel m tegenspraak met zijn bewering, dat de boeren zijn deur plat hepen om het „middel .

Een tweede proefneming is dan ook achterwege gebleven.

A72. Middel van j. H. Rijs te Sevenum, gecontroleerd door den districtsveearts, Dr j Picard te Maastricht, die het volgende daarover bericht:

Door mij is op 8 Mei ,920 te Bom, bij den veehouder jacques geenen, Steedje No. 39, door wien de empirist RlJB uit Sevenum was uitgenoodigd zijn aan mond- en klauwzeer lijdend vee te behandelen, een onderzoek ingesteld.

Reeds geruimen tijd voor de komst van RIJS was ik ter plaatse aanwezig en vernam van den eigenaar, dat zijn vee bestaande uit 4 koeien, 3 Pin^n en 1 kalf voor ± 3 weken geleden, mond- en klauwzeer hadden gehad. Alle dieren waren aangetast geweest en thans sedert 8 dagen hersteld, zoodat het ziekteverloop 14 dagen had geduurd. Vooral de monden en de uiers waren aangedaan geweest twee runderen hadden mastitis gehad, die thans vrijwel genezen was, ofschoon nog verharding en vergrooting van twee uierkwartieren aanwezig was en de lactatie bij die dieren sterk was verminderd. Overigens was het de bedoeling van den eigenaar de hulp van RIJS m te roepen voor de behandeling van de ziek geworden biggen, alsmede voor de preventieve behandeling van een zeug, die binnen een week zou moeten werpen.

Uit een door mij ingesteld onderzoek bleken twee toornen van 7 en 8 biggen nog lijdende te zijn aan (mond- en klauwzeer) klauwverzweringen en ontschoening.

Echter waren de dieren reeds bijna hersteld, dronken en liepen weer goed. De zeugen waren eveneens ziek geweest.

Om 3 uur verscheen RIJS ter plaatse en deelde mede, dat hier van het doen van zijne demonstratie geen sprake kon zijn, omdat hij in hoofdzaak vee en liefst groote stallen wilde behandelen. Op de vraag of zijne behandeling ook preventieve

Sluiten