Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelen (inwendig en uitwendig). Aanwezig waren 16 runderen, waarvan 3 niet aangetast.

Van de 5 behandelde stonden 3 op stal en 2 liepen in de weide.

Het veebeslag is door mij gecontroleerd op 7, 10 en 14 Mei; en bovendien twee keer tusschentijds door een veeopzichter.

Er is geen verschil geconstateerd tusschen het ziekteverloop bij de behandelde en de niet behandelde dieren.

Op 14 Mei waren alle dieren in de weide en voorzoover de monden betreft, grootendeels hersteld, althans kon weer gras geplukt worden. Eén behandelde en één niet behandelde koe waren nog dun. Eén niet behandelde koe was nog vrij hevig kreupel en enkele dieren hadden nog zeere spenen. Het geheele verloop is, behoudens mogelijke naziekten, vrij licht. De eigenaar is van meening, dat dé behandeling eenigermate gunstigen invloed heeft uitgeoefend, vooral op de spenen, is echter ook van oordeel, dat het middel zeker niet afdoende is.

Van der Wal heb ik medegedeeld, dat ik geen gunstigen invloed heb kunnen constateeren. Hij meent dat bij 2 zieke dieren, bij welke de behandeling m het beginstadium der ziekte is aangevangen, wel een gunstigen invloed waarneembaar was, daar deze dieren zeer spoedig weer voedsel hebben kunnen opnemen.

Hij is verder van meening, dat de behandeling vooral vroegtijdig moet beginnen en dat daarom het behandelde veebeslag niet gunstig gekozen was.

A 91. Middel tegen mond- en klauwzeer van J. de WlLT-PüLLEN te Luttel-Herpt, gemeente Hedikhuizen bij Heusden, gecontroleerd door den Districtsveearts té 's-Hertogenbosch, den heer 't HOOFT.

De prcefneming had plaats bij 4 melkrunderen van J. couwenberg te Herpt en bij 12 melkrunderen van c. J. Branderhorst te Genderen c.a.

Het geheimmiddel bestaat uit een licht troebele, reukelooze vloeistof.

Volgens de Wilt werkt het middel: a. voorbehoedend en b. bewerkstelligt het in 3, uiterlijk 4 dagen, volkomen herstel van de aangetaste dieren, indien het middel tijdig wordt aangewend.

Het geneesmiddel wordt door middel van een kippenvoer 3 maal daags op de wonden, zoowel in den mond als aan de extremiteiten en de tepels geappliceerd.

Vooraf werd met de Wilt afgesproken wat hij onder „hersteld zijn" verstond. Volgens hem moesten de aangetaste runderen na een behandeling van 3 a 4 dagen weder geheel normale eetlust vertoonen, de melkgift weer zijn als vóór de ziekte, terwijl van de wonden, ontstaan door de doorgebroken blaren niets meer te zien mocht zijn; deze definitie werd zoowel voor het behandelen der runderen van couwenberg als die van branderhorst gegeven; volgens de wilt was ook in beide gevallen de behandeling op tijd ingesteld.

Op den isten Mei j.1. begon de proefneming bij melkrunderen van j.

Sluiten