Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

couwenberg te Herpt. Op dien datum was een der 4 runderen aangetast, terwijl alle runderen in Juli 1919 aan mond- en klauwzeer hadden geleden; 3 runderen bleken na een nauwkeurige inspectie (ook temperatuuropname) gezond.

Het aangetaste rund, dat ongeveer 1 dag ziek was, vertoonde gewone verschijnselen, temperatuur 39.2.

Het geneesmiddel werd dien dag nog tweemaal aangewend, het rund zou, volgens de Wilt, 5 Mei hersteld zijn.

De niet aangetaste dieren werden preventief behandeld, het vee bleef in

de weide.

Den 2den Mei d.a.v. waren nog 2 runderen aangetast, den 3den Mei het 4de rund, preventief had het middel in dit geval dus met de minste uitwerking.

Het laatste aangetaste rund werd ter controle met behandeld, 3 dus wel en één niet.

Den 4den Mei waren de wonden in den mond, bij de drie behandelde runderen zeer ernstig en vertoonden een diphtheritisch aspect, ook op den neusspiegel waren groote blaren waarneembaar, terwijl 2 van de 3 behandelde runderen aan hevige diarrhee leden. De temperatuur der runderen bleef om de 39% de melkgift was nihil.

De runderen werden dagelijks gecontroleerd, op den 5den Mei (den datum, waarop het eerste rund hersteld moest zijn), waren de dieren alle nog ernstig ziek, de eetlust ontbrak geheel, melkgift niets, de diarrhee was iets minder hevig. Het rund, dat hersteld moest zijn, zag er meer naar uit, dat het spoedig zou succombeeren, zoodat aan den eigenaar de raad gegeven werd het rund op te stallen, waaraan evenwel door verschillende omstandigheden niet kon worden voldaan.

Bij de overige dieren, zoowel bij de behandelde als bij het niet behandelde had de ziekte het gewone verloop. Eerst den loden Mei was herstel merkbaar, het vee is toen niet dagelijks meer geobserveerd.

Wel is dit nog geschied op den 15den Mei, de dieren vertoonden nog de gewone slijmvliesdefecten, de eeüust keerde langzaam terug, de melkgift bedroeg

1 a \% Liter per dag.

Van eenigen invloed ten goede op het verloop der ziekte is m dit geval dus ook curatief niet het minst sprake geweest.

De tweede proefneming met hetzelfde middel had plaats bij 12 melkrunderen van C J Branderhorst te Genderen.

Op den 3den Mei waren hier de eerste, 6 van de 12, runderen aangetast.

Van de 6 zieke runderen werden er 4 behandeld, terwijl ter controle dit met

2 niet het geval was. De applicatie van het geneesmiddel had ook hier plaats onder toezicht van de WlLT, de 6 niet aangetaste runderen werden preventief behandeld (de preventieve behandeling bestond in het aanbrengen van het geneesmiddel op die plaatsen, waar in den regel blaren optreden). Met uitzondering van

Sluiten