Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volledigheidshalve worden hier, alvorens het in ons land verricht onderzoek te vermelden, nog medegedeeld de in de literatuur voorkomende berichten omtrent de toepassing en verkregen resultaten met het middel.

i°. In het Berliner Tierarztliche Wochenschrift No. 13, jaarg. 1914, van de hand van Dr. seiler te Lubben een mededeeling omtrent een onderzoek door hem met vergunning van den Minister van Landbouw gepubliceerd.

Dit onderzoek had de bedoeling na te gaan de preventieve en curatieve werking van het middel. De eindconclusie van dit onderzoek is, dat het Tryposafrol geen middel is, waarmede men den strijd tegen het mond- en klauwzeer met succes kan opnemen.

2'. In een bericht in die Arbeiten aus dem Kais. Gesundheitsamte over die Heil- und Schutzversuche mit Tryposafrol, Novotryposafrol und Arnanin bei Maulund Klauenseuche, is door E. wehrle, Geh. Regierungsrat en Dr. E. kallert, wissenschaftlicher Hilfsarbeiter, een onderzoek vermeld met het resultaat, dat het uitbreken der ziekte bij reeds geïnfecteerd vee door toediening van Tryposafrol niet is verminderd geworden en dat sedert kort aan mond- en klauwzeer ziek geworden dieren zonder eenige behandeling even snel genazen als met het middel behandelde. Er kon dus noch beschuttende, noch genezende werking aan het praeparaat worden toegekend.

3". Versuche mit Tryposafrol gegen Maul- und Klauenseuche. Bericht über die Tatigkeit der Landwirtschaftskammer von Dr. PröSCHöLT Jülkow 1916.

Deze onderzoeker komt tot de conclusie, dat bij de dieren, die over het algemeen lijdende waren aan een zeer goedaardigen vorm van mond- en klauwzeer, de genezing een iets sneller verloop had dan bij contróledieren, dat echter met pyoctannine (een reeds lang bekend antiseptisch middel) de wonden in den mond even snel genazen.

Het door de Commissie ingesteld onderzoek naar de werking van Tryposafrol heeft zich uitgestrekt tot een uitgebreid onderzoek in de Provincie Limburg, door Dr. J. H. Picard, districtsveearts te Maastricht, en een proefneming in het Instituut voor parasitaire- en infectieziekten der Veeartsenijkundige Hoogeschool, door Prof. Dr. L. de Blieck.

De districtsveearts Dr. J. H. Picard bericht omtrent zijn onderzoek het volgende:

Naar aanleiding van het verzoek der Commissie om te controleeren of aan Tryposafrol als preventivum en als curativum bij mond- en klauwzeer van het vee. de waarde moet worden toegekend, die daaraan van verschillende zijden wordt toegeschreven, zijn door mij tot dat doel verschillende zieke en verdachte monden klauwzeer-runderen, schapen en varkens met bedoeld preparaat behandeld.

Ofschoon de heerschende epizoötie van mond- en klauwzeer in mijn ambts-

Sluiten