Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebied, het mij al zeer gemakkelijk maakte, aan mond- en klauwzeer lijdend vee te vinden, waarop het middel kon worden aangewend, vrij groote moeilijkheden leverde het echter op, stallen te vinden, waar de ziekte hare intrede deed of pas had gedaan.

Meestal wordt gewacht met het doen der aangifte, totdat er meerdere dieren ziek zijn, terwijl, nu aan de bestrijding der ziekte niets meer wordt gedaan, te dien opzichte zoowel bij Burgemeesters als bij eigenaars groote laksheid is waar te nemen. Vandaar dan ook, dat bij mijn onmiddellijk na de aangifte ingesteld onderzoek meestal alle of bijna alle dieren op de hoeve ziek waren. Dank zij echter de medewerking van enkele dierenartsen, veehouders en de activiteit der inspecteerende veeopzichters, mocht ik er toch in slagen enkele stallen te vinden, waar de ziekte nog slechts één of twee dieren had aangetast en daarnaast nog meerdere klinisch gezonde aanwezig waren. De proeven met Tryposafrol genomen zijn hier zeker niet zonder resultaat gebleven.

In het algemeen kan worden opgemerkt, dat de ziekte in mijn ambtsgebied zeer verspreid en met een heerschend karakter voorkwam, zoodat in vele gemeenten geen enkele hoeve gespaard bleef; dat de ziekte door haar goedaardig karakter een zeer gunstig verloop had en dat behoudens enkele groote uitzonderingen geen sterfgevallen, als direct gevolg der ziekte zijn geconstateerd.

Van een keuze der veestapels waarop de proeven zijn toegepast, is om bovengenoemde redenen geen sprake geweest. De tien hoeven, waarop de dieren zijn behandeld met tryposafrol liggen dan ook in verschillende streken van het district Zuid-Limburg. Het middel werd toegepast bij: 72 koeien, 22 pinken, 23 kalveren 52 varkens en 10 schapen, waarbij 10 zieke koeien, 1 ziek pink, en 3 zieke kalveren en 6 clinisch gezonde koeien als contróledieren werden geobserveerd. Deze laatsten werd geen, de eersten wel tryposafrol ingegeven ; overigens waren proef- en contróledieren in denzelfden stal en verkeerden dus in dezelfde omstandigheden.

Bij het begin der ingestelde behandeling waren clinisch gezond, doch dooi de omstandigheden natuurlijk verdacht of in het incubatiestadium van mond- en klauwzeer: 34 koeien, 7 kalveren, 43 varkens en 10 schapen. Niettegenstaande de ingestelde behandeling met tryposafrol werden alle runderen en schapen, doch slechts 9 der varkens ziek. Overigens meen ik het clinisch gezond blijven der 43 behandelde varkens volstrekt niet aan de preventieve werking van tryposafrol te moeten toeschrijven, doch veeleer aan andere factoren, waaronder de geïsoleerde ligging der varkenshokken zeker wel als de voornaamste mag gelden. Vandaar dan ook dat dit verschijnsel op zeer vele boerderijen in mijn district, waar monden klauwzeer onder het vee voorkwam werd waargenomen. Verder waren het hoofdzakelijk oudere varkens die gezond bleven; de biggen werden daarentegen wel ziek, ook al was hun tryposafrol toegediend.

Sluiten