Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

preventieve en curatieve waarde tegenover mond- en klauwzeer, maar men dient dan zijn keus te laten vallen op middelen, die volgens het oordeel van deskundigen, gebaseerd op kennis van de ziekte en kennis van geneesmiddelleer voor een wetenschappelijk onderzoek in aanmerking komen. Men moet geen tijd en geld verspillen aan middelen, welke in het brein van den eersten den beste zijn op gekomen en waarachter gewoonlijk uitsluitend de zucht zit, zich ten koste van anderen te verrijken. Middelen, aan welker vinding een wetenschappelijke basis ten grondslag ligt, zullen door hen, die daartoe in de gelegenheid zijn, gaarne onderzocht worden en het ligt ongetwijfeld op den weg der Regeering deze onderzoekingen te steunen, hetzij door de oprichting van een pharmaco-therapeuĆ¼'sdi mstituut, hetzij dat aan de bestaande instituten of aan een speciaal mond- en klauwzeer-instituut het onderzoek in deze richting wordt bevorderd.

Men zou nu nog tegen deze denkbeelden kunnen inbrengen, dat het toch ook mogelijk is dat iemand, ook een niet-wetenschappelijk ontwikkeld mensch, bij toeval en door ervaring een middel ontdekt. Ook aan dezen ontdekker moet de gelegenheid gegeven worden zijn middel te laten onderzoeken; hij moet dan echter de samenstelling bekend maken, opdat de onderzoeker kan beoordeelen of er termen voor een grondig onderzoek aanwezig zijn. Wenscht hij zulks niet te doen, dan dient de Regeering er zich niet mede in te laten. Wil hij zijn middel geheim houden, dan staat hem toch te allen tijde de weg open door een particulier deskundige in de practijk zijn middel te laten toepassen, ten einde te kunnen bewijzen, dat het middel goed werkt, en mocht dit onderzoek hem finantieele offers kosten, dan zal het voordeel, dat het middel hem daarna zal brengen, daar ruimschoots tegen opwegen.

Ten slotte staat het toch aan iedereen vrij een door hem bereid middel in den handel te brengen; indien het goed is vindt het zijn weg vanzelf.

Iets anders is het, of het ook niet op den weg der Regeering ligt, krachtig op te treden tegen het onbevoegd uitoefenen der Veeartsenijkunde, in het bijzonder in zake mond- en klauwzeer. De wet op de uitoefening der Veeartsenijkunde voorziet hierin; hoe strenger die wet wordt toegepast, des te beter voor den veestapel. Immers gedurende de afgeloopen epizoƶtie is het zoo ernstig geweest, dat het Bestuur van het Groninger Blaarkop Rundveestamboek aan den Minister heeft gevraagd maatregelen te nemen tegen de kwakzalversmiddelen, die bij monden klauwzeer werden gebruikt, daar groote schade aan den veestapel hierdoor werd berokkend. Het wil ons voorkomen, dat behalve de maatregelen die reeds bestaan, het zeer nuttig zou zijn van Regeeringswege op te treden tegen adverteeren van en reclame maken voor middelen, waarvan bewezen is, dat zij ondeugdelijk en soms schadelijk zijn, naar het voorbeeld van hetgeen de Deensche Regeering in zake het Renessin doet. Overigens moet de veehouder zelf zoo verstandig zijn niet alle mogelijke aangeprezen middelen maar klakkeloos te gebruiken.

Sluiten