Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anti-lichamen tegen het mond- en klauwzeervirus, noch als dragers daarvan van veel beteekeni* zijn.

Indien de medédeelingen over de onvoldoende resultaten verkregen met immuunserum in het buitenland, juist zijn, dan komt het mij voor, dat de immunisatie van de runderen, die het 'serum geleverd hebben, gebrekkig geweest is, hetgeen vooral bij de bereiding van mond- en klauwzeerserum, zooals ik boven mededeelde, geheel verklaarbaar is.

Bovendien is de dosis, te oordeelen naar enkele berichten, veel te klein geweest, terwijl van het bloed, al dan niet gedefibrineerd, afkomstig van herstelde dieren veelal zeer groote hoeveelheden per rund werden aangewend.

Indien voortgezette onderzoekingen mochten bevestigen, dat in bloed meer anti-lichamen voorkomen dan in serum, zou het overweging verdienen ook proeven te nemen met bloed van geïmmuniseerde dieren.

In de serumtherapie wordt evenwel steeds, om verschillende zeer gewichtige redenen, slechts gebruik gemaakt van serum.

Met het immuunserum, bereid aan de Rijksseruminrichting te Rotterdam, werd een zeer groot aantal dieren ingespoten. Ik heb echter slechts de resultaten kunnen verkrijgen van 7911 stuks, zooals uit bijgaande staten blijkt. In het geheel werden door 184 practizeerende veeartsen 872 liter serum verbruikt, waaruit blijkt, dat dit serum op ruime schaal werd aangewend, niettegenstaande het ƒ20.— per liter kost.

De gunstige resultaten, die over het algemeen verkregen werden, waren de oorzaak van deze uitgebreide toepassing.

Voor zooverre bekend is, werd het serum voornamelijk aangewend bij gezonde dieren op erven, waar de ziekte pas was uitgebroken. Voor zooverre dit niet uit de opgegeven staten blijkt, mag men, in verband met de gebruiksaanwijzing, aannemen, dat dit veelal geschied is. Geschiedde deze inspuiting tijdig, dan waren de resultaten niet zelden verrassend en duidelijk is daarbij aan het licht getreden, dat op dergelijke erven onder den invloed der natuurlijke besmetting eene actieve of langerdurende immuniteit kan intreden, waardoor de meeningen van LOEFFLER over deze aangelegenheid bevestigd worden. Toen uit allerlei mededeelingen, waaronder vooral ook mondelinge, mij duidelijk bleek, dat men met deze actieve immuniteit in verband met de natuurlijke infectie ernstig rekenschap moet houden, heb ik de gebruiksaanwijzing gewijzigd. Terwijl bij de vroegere gebruiksaanwijzing het in de bedoeling lag om door eene driemaal herhaalde seruminspuiting telkens eene passieve (kortdurende) immuniteit op te wekken, werd thans slechts eenmaal serum ingespoten, echter in verhoogde dosis. Hierdoor werd met onomstootelijke zekerheid dikwijls eene actieve immuniteit verkregen in verband met de natuurlijke besmetting, welke immuniteit van groote beteekenis is om de schade, die 'het mond- en klauwzeer veroorzaakt, tot geringere proporties terug te

Sluiten