Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de gedane onderzoekingen, voornamelijk in verband met het in de praktijk aangewende immuunserum, kan men de volgende conclusies trekken:

a. door de aanwending van het immuunserum kan de schade, die het monden klauwzeer veroorzaakt, belangrijk worden verminderd en blijven vele, vooral jonge dieren, van de ziekte verschoond, terwijl de ziekte bij de dieren, die niettegenstaande de seruminspuiting toch aangetast worden, in den regel goedaardiger verloopt.

Het is evenwel niet mogelijk door de toepassing van het immuunserum het heerschend karakter der ziekte tegen te houden, zoodat men hierdoor den duur eener epizoötie niet kan bekorten.

Ook wanneer men met de toepassing van het immuunserum eene opzettelijke besmetting der dieren zou combineeren, zou men hierdoor het heerschend karakter der ziekte niet kunnen voorkomen, terwijl door deze opzettelijke besmetting eene enorme verspreiding der smetstof zou plaats hebben.

Wanneer het afmaaksysteem niet wordt toegepast, zal dit serum, eventueel bloed, van groot belang zijn om de schade der ziekte tot een minimum te beperken.

Indien evenwel het afmaaksysteem streng wordt doorgevoerd, is de toepassing van serum overbodig en verdient het geen aanbeveling alsdan het serum te bereiden.

Wanneer echter'het afmaaksysteem niet in toepassing. wordt gebracht, is het wenschekjk, dat pogingen aangewend worden om dit serum, voor zoovérre dit mogelijk is, in voorraad te hebben.

b. In verband met de omstandigheid, dat de geneeskrachtige werking van het serum, afkomstig van runderen, die reeds lang van mond- en klauwzeer hersteld zijn, van geen beteekenis is, moet men aannemen, dat de anti-lichamen uit het bloed van herstelde runderen betrekkelijk spoedig verdwijnen, terwijl deze dieren dan toch immuun kunnen zijn.

Het is derhalve waarschijnlijk, dat de langerdurende immuniteit, na het doorstaan der ziekte, voornamelijk berust op eene weefselimmuniteit, inzonderheid gezeten in de diepere lagen van epithelium en epidermis, waarin bij het aangetaste dier de blaren tot ontwikkeling komen.

c Eenmaal inspuiten van serum op verdachte erven is voldoende, echter moet de dosis, namelijk bij runderen, zoo hoog mogelijk worden opgevoerd.

Na seruminspuiting op gezonde erven moet de inspuiting herhaald worden, zoodra de ziekte uitbreekt.

d. In verband met de opzettelijke besmetting en bloedinspuiting van herstelde runderen moet er rekenschap mede gehouden worden, dat de werkzaamheid van dit bloed afhankelijk is van tal van omstandigheden en vooral van den tijd, die verloopen is tusschen het genezen van het dier, dat het bloed levert en' het oogenblik, waarop dit bloed genomen wordt.

Bovendien schijnt het bloed van sommige herstelde runderen bijna onwerk-

Sluiten