Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons zelf behandelde dieren, n.1. 110 stuks om Utrecht en 247 dieren in de omstreken van Amersfoort en Nijkerk.

Ook is een groot aantal kalveren vanwege het Instituut behandeld op Ameland De heer C. P. F. MUNNIK, tijdelijk aan het Instituut gedetacheerd, heeft deze entingen uitgevoerd. Ook hiervan konden alle omstandigheden nauwkeurig worden aangeteekend en vooral kon de gang van de besmetting, het verloop der epizoötie met juistheid worden gevolgd, hetgeen voor de beoordeeling van de resultaten van niet geringe waarde was.

De werking van het bloed tegenover kunstmatige besmetting.

Naast deze proeven in de practijk kwam het mij noodzakelijk voor ook langs experimenteelen weg de werking van het bloed van genezen dieren na te gaan. Hiertoe zijn in de stallen van het Instituut een aantal kalveren, die met nauwgezetheid waren uitgezocht, besmet en langeren of korteren tijd vóór of na de besmetting, met bloed ingespoten.

Het uitzoeken der kalveren bracht groote moeilijkheid met zich mede. Men moest n.1. hebben pasgeboren kalveren van boederijen, waar de ziekte na October 1919 niet was voorgekomen. Daar echter de runderen in de Provincie Utrecht grootendeels voor de tweede maal waren doorgeziekt, moesten wij eenigen tijd wachten alvorens een voldoend aantal bij elkaar was. De bedoeling van dezen voor-, zorgsmaatregel was, om kalveren te krijgen, die zoo min mogelijk immuniteit van de moeder z.g. erfelijke immuniteit, konden medebrengen. Verder werden de kalveren, zooveel mogelijk elk afzonderlijk, gedurende 8 dagen op stal gehouden onder zeer strenge hygiënische omstandigheden. De dieren kregen colostrum van gezonde koeien en daarna gekookte melk.

Serie / betrof 6 kalveren, ± 1 week oud. Deze kregen elk % cc. versche virulente lymphe. genomen van een rund op een stal waar de ziekte een ernstig karakter had.

Tegelijk met de toediening werden 2 kalveren subcutaan ingespoten elk met

150 cc bloed. . ,

2 kalveren kregen 8 uren na de besmetting 150 cc bloed en 2 kregen in het

geheel geen bloed, (z.g. contrólekalveren).

De 2 contrólekalveren stierven respectievelijk 3 en 4 dagen na de infectie en vertoonden bij de sectie het bekende hartlijden.

De 4 ingespoten kalveren zijn gezond gebleven, hebben zelfs geen ziektever-

schijnselen vertoond.

Serie II betrof 10 kalveren, die eveneens 1 week oud waren en op dezelfde manier besmet zijn (zij kregen echter % cc lymphe), 4 kalveren werden ingespoten

Sluiten