Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de ingespoten kalveren hebben 2 kalveren de tongblaar gekregen. Eén hiervan is gestorven.

Besmettingsmogelijkheid.

Uit het reeds aangehaalde feit, dat de ondermelk ongepasteuriseerd uit de verschillende melkfabriekjes weer naar den boer terug gaat, volgt, dat zoolang er mond- en klauwzeer onder de koeien bestaat, de kalveren ook gemfecteerd kunnen worden.

Onmiddellijk na de eerste gevallen van tongblaar onder de koeien in een bepaald dorp, trad sterfte onder de kalveren op, meestal zelfs vóór de ziekte onder de oudere dieren door de veehouders onderkend was. Wel kookten enkele boeren de ondermelk of lieten deze zuur worden. Nadat de dieren geënt waren, werd de ondermelk echter als zoodanig gegeven.

Abcesvorming.

Te Ballum zijn bij een 5-tal kalveren en den stier op de plaats van injectie abcessen ontstaan. Deze braken spontaan door of werden door een incisie geopend, waarna genezing optrad.

Het optreden dier abcessen moet hoogstwaarschijnlijk te wijten zijn aan het feit dat het bloed, hetwelk te Ballum gebruikt is, afkomstig was uit Hollum, aangezien in Ballum geen koeien aanwezig waren, die de ziekte doorstaan hadden. Daar de dieren, die het bloed leverden, meestal verspreid over het dorp, opgezocht moesten worden en hierbij nog het transport naar Ballum kwam, was de gelegenheid tot verontreiniging van het bloed groot, terwijl de zomertemperatuur ook niet gunstig werkte.

In Buren, waar onder dezelfde omstandigheden gewerkt werd, maar het bloed direct gebruikt kon worden, zijn in bet geheel geen abcessen opgetreden.

Resumeerende, kan gezegd worden, dat de bloedinspuiting bij kalveren op het eiland Ameland een volmaakt succes geweest is en door de uitnemende juiste waarnemingen betreffende besmettingsmogelijkheid aan het gunstige effect der inspuiting niet valt te twijfelen.

Resultaten van den veearts D. M. HOOGLAND te BREUKELEN.

De veearts D. M. HOOGLAND te Breukelen heeft zijn resultaten van 1920 ter mijner beschikking gesteld. Zij zijn als volgt kort samengevat. Het ligt in de bedoeling van den heer HOOGLAND zelf nog uitvoeriger mededeelingen te doen.

Preventief zijn geënt 1246 kalveren, waarvan er 111. zijn gestorven (niet altijd is de diagnose mond- en klauwzeer gesteld, doch aangenomen mag worden, dat het overgroote deel aan deze ziekte is gestorven).

Sluiten