Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongelijke gelegenheid voor de veehouders om bloed te bekomen, de verliezen door entingen met te oud bloed, gaven aanleiding tot de instelling van een serumafdeeling van het Kantonale Commissariaat voor besmettelijke veeziekten, een opkooper voor serumdieren werd benoemd, een stalinrichting en een slachtplaats werden ingericht, terwijl entveeartsen werden opgeroepen.

Het vee, onder toezicht van een veearts gekocht, moest ziek geweest zijn en niet aan eenige septische, noch acute, noch chronische ziekte lijden.

De ziekte moest 3 a 4 weken tevoren zijn uitgebroken en liefst een boosaardig karakter hebben gedragen.

Den aangekochten dieren moesten de klauwen besneden worden vóór het transport plaats had.

Het instrumentarium voor de bloedverzameling werd eiken dag in de autoclaaf gesteriliseerd. 6 Liter bloed werd afgetapt en na serumwinnning met 5 % carbol geconserveerd.

Dan werd het dier geschoten en de adergroeve geopend van de kaak tot het borstbeen. De slagader en ader werden opgeprepareerd en aangesneden en het bloed in pannen opgevangen.

Na defibrineeren en zeven werd het bloed van minstens 3 koeien gemengd.

Het opvangen in citras natricus heeft men niet doorgevoerd, daar het een geringe stolling meermalen niet kon tegengaan.

Het keuren van het dier na de slachting geeft een zeer belangrijke garantie aan het bloed.

Bloed van dieren, lijdende aan tuberculose en andere infectieuze toestanden als: klauwontsteking, baarmoeder- en uierziekten, abcessen, werd niet gebruikt. Het bloed kon zonder nadeel 10 dagen worden bewaard.

In het begin der entcampagne werden slechts dieren geënt zonder ziekteverschijnselen. Daarna werd alle vee geënt en men constateerde, dat ook zwaarzieke dieren nog te helpen waren.

Men heeft zelfs opgemerkt, dat dieren met hooge dosis geënt, niet zichtbaar ziek werden en er zich ook geen recidieven voordeden, ondanks er toch een 9000 stuks geënt werden.

De dosis voor groot vee bedroeg 300—450 cc, jonge runderen 100—200 cc, varkens 50 cc, biggen 10—20 cc, geiten en schapen 80—100 c.c.

Allen gezond geënten dieren werd slijm van zieke dieren in den mond gestreken.

Behalve de toepassing der enting werd den veehouders ook gewezen op het nut der hygiënische voorschriften.

De resultaten, welke later nog nauwkeurig zullen worden verzameld, werden voorloopig bevredigend genoemd.

Ook in Frankrijk is de inspuiting van serum en bloed van genezen dieren met succes toegepast.

Sluiten