Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Een onderzoek naar de werking van Trypaflavinebij mond-en klauwzeer

door

Prof. Dr. L. DE BLIECK en Dr. A. J. WINKEL.

Naast de practische resultaten, welke de immuniteitsleer voor de prophylaxis en de therapie van besmettelijke ziekten heeft opgeleverd, is vooral de chemotherapie een belangrijke rol gaan spelen in de behandeling van ziekten door plantaardigeen dierlijke parasieten veroorzaakt. Toen de onderzoekingen van loeffler en frosch om een immuniseeringsmethode tegen het mond- en klauwzeer te vinden, niet het gewenschte resultaat opleverden, lag het Voor de hand, dat ook bij deze ziekte gebruik werd gemaakt van de vele preparaten, welke vóór en na in de chemische laboratoria werden samengesteld en een min of meer belangrijke werking op levende ziekteoorzaken bleken te bezitten.

In 1013 werd het preparaat Trypaflavine, een zout uit de groep der acridinekleurstoffen, voor het eerst door loeffler in samenwerking met benda toegepast bij muizen, die met Nagana-trypanosomen waren geïnfecteerd. Waar tot voor korten tijd deze chemische middelen speciaal werden toegepast bij protozoaire ziekten, bleek het Trypaflavine ook tegenover eenige bacteriesoorten buitengewoon werkzaam te zijn.

Een beknopt overzicht betreffende de litteratuur moge een indruk geven van de belangstelling, welke dit preparaat allerwege heeft ondervonden.

Een breed opgezet onderzoek vinden we in het bericht van het Medical Research Committee van het jaar iqi7 van de hand van browning, kennaway, gulbranson en thornton.

Dit onderzoek betreft de bepaling van de antibactericide werking van een reeks van chemische middelen, waarin ook Trypaflavine is opgenomen.

De onderzoekers stelden zich tot taak de werking na te gaan in onverdund serum en in waterige oplossing.

Onder de eischen, aan een ideaal antisepticum te stellen, dient toch in de

Sluiten