Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooge stijging zonder achterwege blijven van blaren. De met deze dosis ingespoten runderen waren in hun algemeen welzijn en voedingstoestand niet onaanzienlijk aangetast. Dit onderzoek, evenzoo de voortdurende temperatuuropnamen, heeft 10 dagen geduurd.

Terwijl we bij dezen veehouder bezig waren, ttaden in den stal van J. C. te P. de eerste ziektegevallen op. Hier waren 27 stuks aanwezig. Het bleek in het verloop van het onderzoek, dat van de 27 dieren er 4 immuun waren. Hoewel één dezer nog werd ingespoten met 1 gram Trypaflavine en niet koortste, noch blaren kreeg, mag aan dit geval in verband met het effect der inspuiting bij de andere dieren, niet de minste waarde worden toegekend. Van de overige 23 stuks zijn er 13 ingespoten, respectievelijk: 7 stuks met één gram eenmaal, 3 stuks met één gram tweemaal, één dier met één gram driemaal en twee dieren eenmaal met 2^ gram. Op dezen stal, die wat de verzorging betrof veel te wenschen overliet, had de ziekte een ernstig verloop, in zooverre de dieren buitengewoon aan klauwzeer lijdende werden. Van twee dieren, welke om verschillende redenen in het verloop der ziekte moesten worden afgemaakt, werden de klauwen onderzocht. In de keratogene membraan van de zool waren uitgebreide laesies aanwezig; fraai gemarkeerde epitheeldefecten met rooden exudatieven bodem, hier en daar reeds kleine witte eilandjes van regenereerend epithelium, gaven een typisch aspect van hetgeen zich binnen de klauwen afspeelt. Dat hiermede een groote pijnlijkheid en stijfheid gepaard moeten gaan, is niet te verwonderen. Bij alle dieren zonder uitzondering, namen we deze stijfheid in erge mate waar. Het zou te veel in herhalingen vervallen zijn, indien omtrent het verloop der ziekte bij de ingespoten dieren nog vele opmerkingen werden gemaakt. Bij het meerendeel werd de temperatuur in meerdere of mindere mate beïnvloed, hoewel enkele dieren later nogmaals hooge koortsen kregen. Noch in den mond, noch aan de klauwen zagen we eenig gunstig effect van de behandeling; vergeleken bij de contróledieren, vertoonde de uitbreiding van de blaren in den mond, de algemeene stijfheid der behandelde dieren niet het geringste verschil. Een rund No. 9, dat werd ingespoten met 2 j£ gram Trypaflavine bleef de eerste dagen na de inspuiting opvallend vlug. Het dier bleef wat eten en herkauwen en de eigenaar en niet minder wij zelf waren eenigszins verrast door dit schijnbare of werkelijke effect. Na 2 dagen echter werd het dier wel ziek, traden blaren op en werd stijf, zoodat het den indruk gaf, dat de inspuiting de ziekte tijdelijk tegenhield. Ook op dezen stal was dus van succes geen sprake.

PROEF IX.

Een sluitstuk op dit onderzoek meenden we nog te moeten leveren door na te gaan of de sterfte der nuchtere kalveren met het middel Trypaflavine was te coupeeren. Daartoe werden 4 kalveren alle met 4 c.c. vocht uit het pericardium van een aan de ziekte gestorven kalf intraveneus geïnfecteerd; twee hiervan ontvingen

Sluiten