Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dosis van % cc de ziekte opwekken, zoowel door intraveneuze als subcutane toediening. Ook onze serumproeven bevestigden telkens weer, dat met deze dosis dieren waren ziek te maken. Ook het vocht uit de pericardiaalholte van kalveren, gestorven aan mond- en klauwzeer, bleek een belangrijken graad van virulentie te bezitten. Een groot aantal nuchtere kalveren met i c.c. ingespoten, stierf na 2—3 dagen.

Na dit inleidende onderzoek is in de eerste plaats een controle van de proeven van C. en A. ingesteld.

Bij hun onderzoek, waarvan hiervoor reeds enkele aanhalingen zijn gedaan en ten doel hebbende immunisatie door intraveneuze toediening van roode bl. c, was gebleken, dat er onderscheid was in de activiteit der rblc. al naarmate het bloed aan het zieke dier werd ontnomen op het hoogste punt van de koortslijn of op eenig ander moment. Zij deelen mede, dat de virulentie het grootst zou zijn bij het begin der tweede of derde temperatuurstijging. Hoewel bleek, dat het verloop van de koortscurven voor onze verdere onderzoekingen van bijkomstige waarde was, is onze ervaring omtrent de curve in den loop der studie te belangrijk geworden, dan dat deze geen vermelding zou verdienen. Vanaf Mei 1919 tot Maart 1920 zijn alle proefdieren vanaf het oogenblik, dat ze op den stal geplaatst werden en gedurende 8 dagen in quarantaine bleven, de temperaturen opgenomen, elk uur, dag en nacht. Voor zieke en gezonde dieren was afzonderlijk personeel.

In verband met de kritische temperatuur, waarop het bloed ontnomen diende te worden, was deze voortdurende controle noodig. Waar toch blijkt, dat de intermissies soms zeer belangrijk kunnen zijn, zou een hiaat in de curve van 8 of 10 uren gemakkelijk misvattingen kunnen geven.

Omtrent het incubatietijdperk in verband met de werking der smetstof in de verschillende media, welke werden ingespoten, omtrent het verloop der curve en het moment van de blaareruptie tijdens de koorts, werd in het verloop van het onderzoek een ruim inzicht verkregen.

Dat de lengte van het incubatietijdperk in de eerste plaats afhangt van het medium is volkomen duidelijk gebleken. Met lymphe zag men het snelst reactie optreden. De uitwerking van bloed in voldoende hoeveelheid of serum verschilt echter niet veel.

Gewasschen roode bloedcellen geven over het algemeen een langeren incubatietijd. Bij de laatste spelen naast de dosis het aantal wasschingen intusscheni een zeer groote rol.

Vergeleken dient te worden lymphe en bloed van éénzelfde dier, indien men ten opzichte van het incubatietijdperk der verschillende media zeer exacte gegevens wil hebben. De algemeene gevolgtrekking is deze, dat dan de virulentie evenredig is aan de media in deze volgorde: lymphe, serum, roode bloedcellen.

Bij onze proeven werd het bloed op dén eersten top in de koortscurve ont-

De koortscurve en de schommeling der virulentie in het verloop der curve.

Sluiten