Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. en A geven 35 c.c. rblc. aan als een dosis, waarmede geen erupties optraden. In deze proef bleef men er dus deels onder, deels ging men er boven. De twee subcutaan ingespoten dieren reageerden na 3 dagen thermisch en met blaren. De drie met 40 c.c. behandelde na 2^—3 dagen. De vier met 30 c.c. na 3 tot 5 dagen, thermisch zoowel als met blaren.

Deze proef mag dus niet als een bevestiging worden beschouwd van die van C. en A.

Ten slotte werd nog eens onderzocht of een groot aantal wasschingen het virus in of op de roode bloedcellen zoo kon verzwakken, dat een geringe of geen reactie meer optrad, tevens werd nagegaan of er verschil was tusschen de inspuiting met intacte cellen en door gedistilleerd water gehaemolyseerde roode bloedcellen, hetgeen een aanwijzing kon zijn voor de oplossing der vraag of het virus zich in of aan de roode bloedcellen bevindt. De dosis bedroeg 50 c.c.

Een pink. ingespoten met een dosis, welke 12 maal gewasschen was, reageerde na een incubatietijdperk van 6 dagen en 18 uren thermisch en met blaren; een ander dier met dezelfde dosis gehaemolyseerde bloedcellen na een tijd van 5 dagen. Een controlepink met 25 cc. serum werd ziek na 2 dagen en 18 uren.

Resumeerende kunnen wij zeggen, i6. dat van het bloed, door ons gebruikt, de roode bloedcellen, 3 maal gewasschen, in een hoeveelheid van 30 cc, constant de ziekte in al haar verschijnselen verwekken, terwijl C. en A. met 35 c.c. alleen thermische reactie en algemeen ziek zijn vermelden. Dit verschillend resultaat is alleen te verklaren door aan te nemen dat C. en A. met minder virulente smetstof werkten, doch tevens, dat evenals voor lymphe, het virus aan de rblc. geen uitzondering maakt wat betreft de wisselende virulentie; 2". dat zelfs 12 maal gewasschen roode bloedcellen in een hoeveelheid van 50 c.c. de ziekte opwekt en dat het incubatietijdperk daarbij eenige dagen langer is geweest. Hierdoor wordt bewezen, dat het virus gebonden is aan de roode bloedcellen, daar toch kan worden aangenomen, dat door het wasschen de hoeveelheid achtergebleven serum te gering was om de ziekte te verwekken. Nadat deze onderzoekingen waren verricht, verscheen een publicatie van H. Vallée en H. Carré ,,Sur 1'adsorption du virus aphteux". Deze onderzoekers toonden aan, dat virus met normale roode bloedcellen samengebracht in korten tijd door deze wordt gefixeerd en door uitwasschen niet daarvan losgaat. Ook microben (pneumococcen en staphylococcen) adsorbeeren het virus op dezelfde wijze. Gedoode r.bl.cellen of microben met virus beladen werden gephagocyteerd; met dergelijk gephagocyteerd virus konden V. en C. de ziekte verwekken en bij bepaalde doseering slechts een thermische reactie doen ontstaan. Zij wijzen er op, dat de dieren, die laatstgenoemde reactie slechts vertoonden, niet immuun waren tegen een daaropvolgende infectie. Onze volgende onderzoekingen bevestigen ook het standpunt, dat een thermische reactie alleen geen voldoend criterium is voor eene ontstane immuniteit van eenige practische beteekenis.

Proef met vele malen gewasschen rblc, intact en gehaemolyseerd.

Sluiten