Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

serum en in of aan roode bloedcellen het virus, in het serum bij eenige virulentie in belangrijke mate. Of het virus in of aan de roode bloedcellen zit heeft het onder^ zoek niet kunnen uitmaken. De proeven van VallÉE en carré zouden pleiten voor het laatste.

2. Om met een bepaalde dosis gewasschen roode bloedcellen een zekere immuniteit op te wekken (methode cosco en aguzzi), is niet mogen gelukken.

3. De virulentie van een serum, ontnomen binnen een bepaald tijdsverloop der ziekte, bliift gedurende een maand constant.

4. De virulentie van bloed onder voornoemde voorwaarden kan onder paraffine-olie en bij ijskasttemperatuur tot 4 maanden bewaard blijven.

5. De inspuiting met door verhitting bij 37 graden gedurende een zekeren tijd verzwakt serum heeft bij eenige dieren een verlengd incubatie-tijdperk en schijnbaar een zekeren immuniteitsgraad kunnen tot stand brengen. In verband met de weinig krachtige virulentie der toen ter tijd gebruikte smetstof dienen echter deze uitkomsten met reserve te worden beoordeeld.

De resultaten zijn van dien aard, dat zij een voortgezet onderzoek in deze richting wettigen.

Toen gebleken was, dat het serum het virus in belangrijke hoeveelheid bevatte, is getracht om dit virus door overbrengen in verschillende media bij verschillende temperaturen te kweeken.

In 5 cc. gedefibrineerd bloed en ook in het serum van normale runderen, dat onder paraffine-olie werd bewaard, brachtten wij 0.5 c.c. virulent serum. Van deze geënte voedingsbodems, welke 1—3 dagen bij 37 graden resp. bij kamertemperatuur werden geplaatst, werden wederom op dezelfde wijze nieuwe series geënt en dit tot 4 maal herhaald.

Intraveneuze inspuiting bij pinken met geënt bloed en serum der 2de serie gaven echter reeds geen enkel symptoom der ziekte, zoodat deze cultuurproeven werden gestaakt.

Toen werd getracht het virus te kweeken in extract van mondslijmvlies, dat door chamberland bougies was gefiltreerd en niet verhit werd en waaraan toegevoegd werden gelijke deelen gedefibrineerd bloed of serum, respectievelijk 1 % druivensuiker, melksuiker en glycerine. Ook deze bodems werden geënt met 0.5 c.c. virulent serum en bij verschillende temperaturen gebracht.

Geen beter resultaat werd verkregen.

Volledigheidshalve zij hier vermeld, dat door loeffler reeds op uitgebreide schaal cultuurproeven werden genomen. Vloeibare en vaste bodems onder aërobe en anaërobe voorwaarden bij verschillende reacties en zuurstof spanningen met toevoegingen van bloed en de meest verscheiden samengestelde voedingsbodems zijn zonder resultaat toegepast.

Cultuurproeven en eenige entingen op kleine proefdieren.

Sluiten