Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 2. De viervoudige rij.

(Met een piketspel.)

Men legt vier rijen, ieder van acht kaarten, onder elkander open voor zich op tafel. Vervolgens ziet men na, of zich in de onderste rij twee gelijke kaarten bevinden, zonder op de kleur te letten, b. v. twee vrouwen, twee achten, twee boeren, enz.; is dit het geval, dan worden zij weggenomen en ter zijde gelegd. Door het wegnemen van twee gelijke kaarten worden de onmiddellijk daarboven liggende kaarten van de derde rij vrij; past een dezer vrij geworden kaarten bij een in de onderste rij, dan worden ook deze weggenomen, waardoor dan insgelijks een kaart der tweede rij bevrijd wordt en met een andere vrije kaart van gelijke waarde in een andere rij kan worden weggelegd.

Op deze wijze gaat men voort met altijd twee vrije gelijke kaarten weg te nemen, totdat er geen kaarten meer overschieten, in welk geval het spel gewonnen is. Blijven er echter nog kaarten liggen, die door een lagere rij gevangen worden gehouden en dus niet weggenomen kunnen worden, dan is het spel verloren.

Men moet echter daarbij wel in het oog houden, dat men slechts twee kaarten van gelijke waarde mag wegnemen, die vrij zijn, dat is, waaronder geen andere liggen, dus kaarten der onderste rij altijd, die der hoogere rijen echter slechts dan, als de kaarten daaronder reeds zijn weggenomen.

Hoe gemakkelijk dit spel ook schijne, wordt er evenwel veel overleg en berekening bij vereischt. Zoo moet men b. v., als vier kaarten van gelijke waarde vrij zijn, niet naar willekeur het eene of het andere paar het eerst wegnemen, maar eerst nauwkeurig nazien, welke twee kaarten het eerst weg te nemen het grootste voordeel oplevert,

Sluiten