Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legt men onder het in de hand bedekt gehouden spel. Als nu alle kaarten in orde en de vier overschietende als reserve open daarnaast liggen, begint men bij de onderste vrije rij, telkens twee aan twee kaarten van gelijke waarde, zonder inachtneming harer kleur, terzijde te leggen; b.v. twee azen, twee heeren, twee tienen enz., doch altijd slechts van de onderste vrije kaarten der rijen; uit het midden of de gevangen kaarten mag er geen genomen worden. Het is echter toegestaan, de reserve tot hulp te gebruiken.

Het spel is gewonnen, als alle kaarten paarsgewijze opgaan. Als de zes rijen gelegd zijn, moet de speler vóór alles nazien, of er in twee verticale rijen kaarten van gelijke waarde in onderling tegenovergestelde richting boven elkaar liggen, b.v. of in eene verticale rij een zeven boven de acht, in eene andere eene zeven onder de acht ligt; in dit geval moet hij trachten eene dezer kaarten zoo spoedig mogelijk te bevrijden, om met eene andere van gelijke waarde, en eveneens vrij, weggenomen te kunnen worden. Het is ook niet hetzelfde, als in de onderste of vrije rij drie kaarten van gelijke waarde zijn, welke twee hij daarvan ter zijde legt; hij moet er twee zulke kiezen, waardoor eene gevangen kaart bevrijd kan worden, die met eene andere vrije kan worden weggenomen, en dus dezelfde regels volgen, die wij reeds vroeger in Nr. 2 aangegeven hebben. Het slagen dezer patience hangt hoofdzakelijk af van deze berekeningen en van de grootste oplettendheid van den speler, waardoor men na eenige oefening bijna altijd het doel bereikt.

Ten einde het minder geoefende spelers gemakkelijk te maken, is dezen ook eene reserve van zes in plaats van vier kaarten toegestaan.

Wij herhalen, dat, als al de kaarten gelegd zijn, de speler allereerst de ligging van alle kaarten van gelijke

Sluiten