Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarde nauwkeurig moet nagaan, want het gelukken van het spel wordt verijdeld, als men in het begin een enkele kaart verzuimt te bevrijden.

No. 13. De elf.

(Met een whistspel.)

Men legt de kaarten, zooals zij uit het spel komen, in 3 rijen van 3 kaarten elk. Verschijnen er 2 kaarten, wier gezamenlijke waarde 11 bedraagt, dus b.v. de 10 en het aas, de 5 en de 6 enz., dan worden op die kaarten weer 2 volgende kaarten gelegd. Liggen tegelijkertijd een heer, vrouw en boer boven, dan worden op deze 3 bladen 3 nieuwe kaarten gelegd. Aldus wordt voortgegaan. Gelukt het ten slotte het geheele spel op deze wijze op 9 hoopjes of minder uit te leggen, dan is de patience gelukt. De bovenste bladen moeten dan twee aan twee te paren zijn tot kaarten, wier gezamenlijke waarde 11 is en tot een of meer stellen van heer, vrouw en boer.

De patience wordt ook gespeeld door 11 hoopjes uit te leggen.

Daar zij in dit laatste geval meestal gelukt, legt men zich daarbij wel de beperking op de drie figuren, heer, vrouw en boer slechts dan te beleggen, als zij van dezelfde kleur zijn.

No. 14. Robert.

(Met een whistspel.)

De eerste kaart legt men open voor zich op de tafel, de volgende kaart als begin van een hoopje er onder; is deze echter met de eerste kaart in de volgorde van eene

Sluiten