Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rij of blokkade. No. 17.

(Met een whistspel.)

Men legt eene rij van tien kaarten open op tafel; treft men daaronder heeren of azen aan, dan legt men die in een afzonderlijke rij daarnaast, de heeren links, de azen rechts; of, als men dit gemakkelijker vindt, boven de eerste rij der tien kaarten. Men tracht nu de vier kleuren voltallig te krijgen en wel in klimmende reeks voor de azen- en in dalende reeks voor de heerenpakjes. Het is hierbij onverschillig, hoeveel kaarten op de heeren en hoeveel op de azen gelegd worden, daar de passende kaarten, hetzij van .het spel genomen, of uit de rij der tien kaarten, opgelegd kunnen worden, zooals het voordeeligst is. Zijn de passende kaarten in de eerste rij weggenomen, op de kleurenpakjes gelegd en dadelijk uit het spel vervangen, dan legt men eene tweede rij van tien kaarten onder de eerste, maar ziet bij iedere afgenomen kaart na, of zij op de kleurenpakjes past; is dit het geval, dan legt men ze dadelijk op en ziet dan na, of men daardoor ook uit de bovenste rij eene kaart kan wegnemen. Dit mag echter slechts geschieden, als de kaart nog open is, dat wil zeggen, als de daaronder volgende rij nog niet tot aan die kaart gelegd is, want als er reeds twee kaarten onder elkander liggen, dan kan de bovenste niet gebezigd worden, tenzij de daaronder liggende te voren kon worden opgelegd.

Men gaat vervolgens over tot het leggen eener derde rij onder de tweede, vervangt de kaarten, die men er, als passend op de kleurenpakjes, uitgenomen heeft, en legt dan eene vierde rij van tien kaarten onder de derde enz., totdat het spel verbruikt is, met inachtneming van de hiervoor vermelde regels.

Is men eenmaal aan het leggen eener volgende rij

Sluiten