Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de drieën, de vieren enz., totdat tenslotte alle pakjes bedekt zijn met de heeren.

In de eerste plaats ziet de speler na of zich onder de open kaarten, die onder op de rijen liggen, ook kaarten bevinden, die hij voor het vormen der kleurenpakjes kan gebruiken.

In de figuur is dit het hartenaas, waarop harten twee kan worden gelegd. Indien de onderste kaart van eene rij

weggenomen is, wordt de daaropvolgende onderste kaart omgekeerd en zoo mogelijk op een der kleurenpakjes gelegd. Zijn op deze wijze geen kaarten meer te plaatsen, dan kan men

nog bedekt liggende kaarten vrij maken door de onderste kaarten der rijen in afdalende volgorde op elkaar te plaatsen en wel beurtelings eene roode en een zwarte kaart. In de figuur kan men dus ruiten vrouw op schoppen heer leggen, klaveren drie op harten vier. De vrijkomende bedekte kaarten, die open gekeerd worden, worden indien zij passen geplaatst op de kleurenpakjes of op de afdalende seriën, die gevormd zijn op de onderste kaarten der rijen.

Komt een rij vrij, dan mag men daarop een afdalende serie, die op de onderste kaart eener andere rij gevormd was, in haar geheel overbrengen, mits de grondkaart dier serie een heer is. In het voorbeeld is de negende rij, gevormd door de hartentwee, vrijgekomen. Op de negende rij mag men dus den schoppenheer met ruitenvrouw van de zevende rij overbrengen. Kunnen ook op deze wijze geene kaarten uit de harp meer verplaatst worden, dan neemt men het pak met de overgebleven kaarten in de hand en keert deze kaarten één voor één om. Kaarten, die volgens de hiervoor aangegeven regels op de kleurenpakjes

Sluiten