Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de pyramide als basis van het spel te kiezen, kan men ook eene kaart op goed geluk uit het spel nemen.

De pyramide kan ook uit 16 kaarten samengesteld worden, namelijk: eene kaart bovenaan, drie daaronder, dan vijf en in de laatste rij zeven kaarten; verder kan, in plaats van naar verkiezing eene kaart uit de pyramide, als basis een aas of een heer genomen worden, waarbij de azen in klimmende, de heeren in dalende reeks en van gelijke kleur moeten belegd worden.

Deze patience (n.1. met 16 kaarten) wordt ook metéén spel gespeeld; de talon mag dan echter niet nog eens opgenomen worden, hetgeen met twee spellen wel veroorloofd is.

Wordt de pyramide met één spel uit zestien kaarten gevormd, dan wordt eene kaart als basis gekozen, die naar verkiezing in klimmende of dalende reeks kan worden belegd; verder gaat alles op dezelfde wijze.

No. 32. De pad.

(Met twee whistspellen.) .

Men legt de laatste dertien kaarten van het spel als een bijzonder of hulppakje ter zijde open op tafel; is er toevallig een aas onder deze dertien kaarten, dan neemt men dit er uit en legt het voor zich als basis voor eene rij der acht azen. Dit pakje van dertien, maar als er een aas uitgenomen is, van nog slechts twaalf kaarten, noemt men de pad. Is er geen aas in deze pad, dan zoekt men er een uit het spel op en legt dit neder; daardoor blijft de pad voltallig uit dertien kaarten bestaan, hetgeen de kans op slagen vermindert.

Na deze inleiding gaan wij tot het eigenlijke spel over, dat daarin bestaat, dat men de van lieverlede uitkomende azen, acht in getal, op eene rij legt. Deze, een grondslag

Sluiten