Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verticale rijen of uit den talon gelegd kan worden, waarop men dan in klimmende of dalende reeks en van gelijke kleur de passende mag leggen. Men moet zich echter niet haasten met deze nieuwe horizontale rij te vormen of de ontstane opening aan te vullen, maar goed berekenen, uit welke bron men putten wil, uit een verticale vrije rij of uit den talon.

Zijn dan de vier heeren en de vier azen voltallig belegd, en dus ook alle kaarten der zes horizontale rijen verbruikt, dan is de patience gewonnen.

De talon mag niet nog eens opgenomen worden.

Deze patience kan ook gespeeld worden met de volgende verandering: in plaats van de vier heeren en de vier azen als basispakjes worden nu slechts de gezamenlijke acht azen daarvoor gebruikt, die alle in klimmende reeks en in gelijke kleur moeten belegd worden; anders zijn alle overige voorschriften even als voren nauwkeurig in acht te nemen, met die uitzondering, dat hier, als de patience de eerste maal niet slaagt, wat ook zelden gebeurt, den speler vergund wordt, den talon nog eens op te nemen en te gebruiken. Zijn dan alle azen voltallig belegd, dat is, met de heeren gekroond, dan is de patience gewonnen.

De bruine en de blonde. No. 36.

(Met twee whistspellen.)

Men legt acht kaarten op eene rij, die wij basisrij zullen noemen. Verschijnt er een aas, dan wordt dit boven de basisrij gelegd en zoo alle volgende azen naast het eerste. Men gaat vervolgens voort met de kaarten een voor een van het spel af te nemen; op de azen worden de uitkomende passende kaarten in klimmende reeks gelegd, afwisselend eene roode op eene zwarte en omgekeerd,

Sluiten