Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste geval gaat het spel niet op, al zet men het ook nog zoo lang voort.

No. 38. De onverzadelijke.

(Met twee whistspellen.)

Men legt twee rijen van acht kaarten onder elkander. Zijn er in de onderste rij twee kaarten van gelijke waarde, zonder inachtneming van kleur, dan worden deze weggenomen en ter zijde gelegd.

Door de in de tweede rij weggenomen dubbelkaarten, worden ook de onmiddellijk daarboven in de eerste rij liggende kaarten vrij en kunnen dus met kaarten van gelijke waarde in de onderste rij weggelegd worden. De daardoor ontstane gapingen moeten dan altijd in volgorde van links naar rechts voltallig aangevuld worden, vóór men doorgaat de dubbelkaarten weg te nemen. Hierbij wordt, nadat de eerste rij is aangevuld, gezien of er kaarten weggelegd kunnen worden en eerst als dit niet meer mogelijk blijkt, wordt de tweede rij aangevuld. Gaat er niets meer op, dan wordt eene derde rij van acht kaarten onder de overige gelegd en eveneens gehandeld, dat is, iedere twee kaarten van gelijke waarde weggenomen, vervangen en als niets meer opgaat, altijd weder eene nieuwe rij van acht kaarten gelegd, zoodat, goed begrepen, altijd slechts de onderste rij vrij is, of de door een weggenomen kaart onmiddellijk daarboven gelegen kaart. Zoo gaat het steeds door, totdat het spel verbruikt is.

Gelukt de patience niet, dan mag als gunst nog ééne kaart naar verkiezing uit de bovenste rij worden uitgekozen, die met eene passende uit de onderste rij mag worden weggelegd.

Sluiten