Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De windmolen.

(Met twee whistspellen.)

No. 39.

* Men neemt een aas uit het spel en legt het dwars op tafel; daaromheen legt men de acht eerste van het spel af¬

genomen kaarten, namelijk twee boven, twee rechts, twee links en twee onder het

nedergelegde aas, gelijk de figuur A aanduidt, waarbij

echter op te merken valt, dat in plaats van een hartenaas ook ieder ander aas kan gekozen worden; evenzeer kunnen de heeren,

die op de figuur

met de vier verschillende kleuren aangeduid zijn, van gelijke kleur zijn, naarmate zij uitkomen. Zoo is het ook voldoende, dat de vier hoekpakjes van den windmolen, figuur B, ieder met onverschillig welk aas en het centrumpakje onverschillig met welken heer sluite.

Te gelijk worden de vier eerst uitkomende heeren, onverschillig welke, in de vier hoeken (met H aangeduid)

gelegd: totdat

deze nedergelegd zijn, mag geen heer op het centrumpakje gelegd worden; mocht ■er onder de acht opgelegde kaar¬

ten eene voorkomen, die op het aas in het centrum in klimmende reeks, of op de heeren in dalende reeks zonder inachtne¬

ming van kleur past, dan wordt deze opgelegd en dadelijk uit het spel vervangen. Als er geene passende kaart in den molen meer voorkomt, dan wordt een talon gevormd. Is eene op den talon gelegde kaart passend op het centrum

Sluiten